Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vergelijk bv. eens in het 17e kapitel van het Volksboek, dat lange sermoen Van de Duivel, in komplete preektoon, met vers 589, waar tienmaal scherper Moenens onmachtige woede en berouw flitsen in zijn rauw tragi-komies duivel-argot:

Maer als 't Hem belieft, so heb ick uutghebacken.

De verwantschap van M. v. N. met de Faustsage zit dieper dan in die tusschen Moenen en Mephisto; ook in Manken zelf vinden we Faustmotieven. Moenen en Mephisto evenwel zijn nader verwant dan Faust en Mariken. De opmerking van Muller, die Mariken bij Gretchen vergelijkt, is alleen oppervlakkig beschouwd, steekhoudend. Zeker, Gretchen en Mariken zijn beiden naïef vertrouwende meisjes, maar terwijl Gretchen in het Faustpoëem niet meer dan een bijfiguur is, - hoe schoon dan ook de Gretchen-tragoedie-op-zichzelf zij, - is Mariken's verhouding tot Moenen gelijk aan die van Faust tot Mephistopheles. Het hoofd-Faust-motief, in het Volksboek bij Marlowe, in het Puppenspiel, bij Maler Muller, Lessing en zoveel anderen en bovenal bij Goethe is de dorst naar kennis en macht. Die ontbreekt bij Gretchen, bij Mariken van Nieumeghen is zij aanwezig. Psychologies kan zij de vergelijking met Faust met doorstaan. Van enige voorgeschiedenis, van zoeken en onbevredgïd zijn na jarenlange studie, is bij Mariken geen sprake. Ja, t verwon-

Sluiten