Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ende ghi sijt een schone ionghe lustighe maecht, Men soude u lichtelijck aanspreken.

Mariken:

Heer oom, soot u behaecht,

So sal ick alle dinghen doen, ende niet eL *)

Die oom:

30 Groet mi u moeye, mijn suster, ende vaart wel. Coopt al dat ons ghebrect, bi mate ende bi gewichte.

Mariken:

Ick sal. Heer oom, Adieu. Die oom:

Adieu Mariken nichte, Gods gratie 2) moet u eenpaer 3) wesen. —

Heere Godt, hoe mach mi therte so swaer wesen? 35 Eest dattet lant hier so tweedrachtich sT?

Of eest om dat mijn nichte daer scheyt van mi? Ontbeyt, 4) hoe coem ic aldus swaer? Dits vreemd

bediet. *)

Met dat6) meysken daer van mi schiet *) Wert mi te moede recht ick en weet hoe. 40 Ick duchte, haer oft mi sal wat comen toe 8) Ick wilde, dat icse thuys hadde ghehouwen. Tes dwaesheit ionghe meyskens of vrouwen Alleene te laten gaen achter lande. 9)

K "* 2r "^ers 2> ">oet = moge 3) u eenpaer wezen = u steeds bij blijven 4) ontbeyt = wacht eens 5) bediet = zaak 6) dat = dat het 7) schiet = verL tijd van scheiden 8) toekomen = overkomen 9) achter lande = het land door.

Sluiten