Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu moet ic tavont int stede bliven;

Ten es noch maer een ure dach

Ende in drie uren dat iet nauwelijck gaen en mach

55 Van hier tot mijns ooms. Neen, tes beter ghebleven. Mijn moeye die woent recht hier neven; Ick wil haer gaen bidden, datse mi een bedde decke, Ende morghen also vroech als ick ontwecke, Soe mach ic^mi nae huys snel ten labuere slaen. *)

60 Ick sie mijn moeye voer haer duere staen; Soot wel betaemt wil icse gaen groeten. — Moeye, Cristus wila) al u leet versoeten Ende alle die ghi Hef hebt hoeden van gequelle.3)

Die moeye:

Ke,4) willecome duvel, hoe staget *) in die helle ? 65 Wel ioncfrouwe, wat hebdi nu hier te doene?

Mariken:

Mijn oom sant mi, omtrent der noene,6) Om keersen, om mostaert, om azijn, om veriuys 7) Ende om al datter ghebreck was tonsent in huys. Ende eer ick van deen totten anderen heb connen loopen,

70 Ende alle dinck heb connen vinden ende coopen, So eest sus 8) late worden, ende lettel grievet ^ u, Dat ghi mi te nacht een bedde decket, ghelievet u. Ic soude immer10) noch thuys gaen, maer metter nacht Wort somtijds een maechdeken bespiet ende gewacht,

75 Onteert, te haren verwite11)

1) hem ten labuere slaen = zich naar zijn bezigheden begeven 2) wü = moge 3) gequel — rampen, leed 4) Ke, een uit Christus vervormde basterdvloek

5) staget; staat het 6) noene = middag 7) veriuys = sap van onrijpe druiven

6) sus = zo 9) grieven = lastig zijn 10) immer = vóór alles 10) te haren verwite = tot haar schande.

Sluiten