Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lubeck, Holland een resolutie aannam, waarbij werd bepaald, dat neutraal goed aan boord van vijandelijke schepen niet neembaar zou zijn; een besluit, waaraan men, volgens De Groot, ook later was blijven vasthouden, en waarvan de 18e-eeuwsche Deensche schrijver Hübner getuigt, dat het „fait honneur a la droiture intelligente de ce peuple commercant".

Maar noch in Engeland, noch in Frankrijk werd voor de rechten der onzijdigen veel eerbied aan den dag gelegd. Engeland, beducht dat in tijd van oorlog de onzijdigen zich, ten koste der Britten, van den geheelen handel zouden meester maken, volgde den regel van het Consolato del Mare, verklaarde dus vijandelijk goed aan boord van neutrale schepen prn's, maar van de aanvulling van dien regel, dat nu ook neutraal goed aan boord van een vijandelijk schip ongemoeid moest worden gelaten, daarvan bemerkte men in de practu'k niets.

Frankrijk had het buitengewoon ongunstige regime van de infection hostile, ook wel aldus aangeduid: robe d'ennemi confisque celle d'ami et le navire; het vijandelijke goed was niet alleen neembaar, maar infecteerde bovendien de neutrale lading en het neutrale schip, terwijl omgekeerdv het vijandelijke schip de neutrale lading infecteerde.

Het was dan ook niet te verwonderen, dat tegen het einde van de 16e eeuw, toen de Spanjaarden in de Zuidelijke Nederlanden voortdurend meer het Noorden bedreigden en men maatregelen moest nemen om den vijand zooveel mogelijk afbreuk te doen, het ook in Holland met de rechten van de onzijdigen niet heel nauw werd genomen. In 1582 begint men, den eigen onderdanen den handel op de door den vijand bezette gebieden, welke handel tot dusver, mits onder licent, geoorloofd was geweest, te verbieden; in 1584 gaat men reeds verder en verbiedt aan iedereen den handel op den vijand — waarbij men nog voornamelijk aan de Zuidelijke Nederlanden schijnt te hebben gedacht. Niet zoodra echter is, na het sluiten van het

Sluiten