Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van 11 Maart 1915 met vijandelijk goed in onzijdige schepen in beslag te nemen, hetgeen als een terugkeer naar het Consolato del Mare kan worden beschouwd. En bh' den Order in Council van 16 Februari 1917 ging het nog een stap verder, verklaarde ook het schip verbeurd, dat zonder een Britsche of Geallieerde haven aan te doen, goederen met vijandelijke bestemming of van vijandelijken oorsprong vervoerde — de heer de Poorter, hier in Rotterdam, die de „Leonora" en de „Hermina" zagprysverklaard, kan er van medespreken — en was daarmede op het standpunt van de infection hostile in zijn scherpsten vorm aangeland. Wij hebben hier wederom een periode gehad als tijdens de Napoleontische oorlogen, een tijdperk, waaruit het oude volkenrecht na korter of langer tijd, zich weder kan opwerken en zijn ontwikkeling in dezelfde lijn voortzetten, doch met de zekerheid dat, zoolang de rechtshandhaving uitsluitend aan de neutralen en de publieke opinie wordt overgelaten, bij een nieuwen wereldstrijd dit volkenrecht weer volkomen onder den Voet zal worden geloopen.

Met Hollands streven naar bescherming van vijandelijk goed in onzijdige schepen moest noodzakelijk een tweede hand in hand gaan, n.1. dat naar beperking van het contrabandebegrip. Want wat zou het den neutralen handel gebaat hebben, als wel in beginsel vijandelijk goed kon worden vervoerd, doch het den belligerenten vrijstond, door deze goederen tot contrabande te stempelen dit recht weer geheel illusoir te maken? Inderdaad zien wij dan ook Holland onder de eerste voorvechters van de beperking van het contrabandebegrip.

Gewoonlijk wordt aangenomen, dat het verdrag van Southampton van 1625 tusschen Nederland en Engeland het eerste is, dat den term contrabande gebruikt. Dit is echter niet juist; het gebruik is van ouderen datum, daar het woord ook al in het tractaat van Nederland met Algiers

Sluiten