Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijde eigen geweest is, om de daden van vele verschillende menschen aan één persoon, die de verbeelding getroffen heeft, toe te kennen en om wat in verschillende, achtereenvolgende jaren gebeurd is, op één tijdstip te stellen, wordt ongetwijfeld hun rol als te belangrijk voorgesteld. Zoo wordt b.v. Soenan Bonang de pionier van den Islam in Toeban genoemd, terwijl het zeker is, dat daar vóór hem reeds een Mohammedaansche gemeente bestond, waarvan hij tusschen 1475 en 1500 misschien imam is geweest.

Een tijdgenoot van Soenan Bonang was Soenan Giri, die als kind te Gresik door een zekere Njai Gede Pinateh ') opgevoed zou zijn. Deze ondernemende vrouw, die door een uitgebreiden overzeeschen handel rijk werd, vestigde zich eenigen tijd later op korten afstand van Gresik, waar zij ook begraven werd, op een plaats, die daarna (Pa)djaratan (= begraafplaats) 2) zou zijn genoemd. Zij zond den knaap op zijn elfde jaar in de leer bij' Soenan Ngampel, die hem Raden Pakoe noemde en hem met zijn eigen zoon, den lateren Soenan Bonang, na verloop van tijd naar Mekka stuurde. De jongelieden kwamen echter niet verder dan Malaka, waar zij, als de overlevering waarheid bevat, tijdens Sultan Mahmoed in + 1490 moeten zijn aangekomen. Zij kregen er een Perzischen leermeester en keerden na diens onderwijs te hebben genoten, weer naar Java terug. Raden Pakoe, die de erfgenaam van zijn vermogende opvoedster werd, was in staat zich ten Zuiden van Gresik, op den heuvel Giri — vandaar zijn naam Soenan Giri — een kraton en een moskee te bouwen, vanwaar een sterk Mohammedaansche invloed op Oost-Java en de Molukken zou uitgaan.

Het optreden van de meeste wali's moeten wij ons waarschijnlijk zoo voorstellen, dat„groepen van bepaalde personen onder leiding van een of anderen vereerden leermeester .... het initiatief namen tot grondvesting van plaatsen, welke thans veelal nog bestaan en in hun verdere ontwikkeling dikwijls tot belangrijken bloei zijn gekomen".3) Hun landontginningen trokken het verspreide, omwonende volk aan, dat nu met hoogere beschaving, ook op materiëel gebied, kennis maakte en zich liet bekeeren. Zoo zou Ki Pandan Arang de benedenstad van Semarang gesticht hebben; in 't heuveltetjein „Tjandi" moet reeds een Hindoenederzetting bestaan hebben. Soenan Koedoes zou zoo dan de dorpen Sima, Djimboengan, Derana en Aroe-aroe hunne namen hebben gegeven volgens inlandsche berichten, die echter moeilijk te controleeren zijn.

Soenan Kali Djaga moet zich in de 16e eeuw gevestigd hebben te Adilangoe bij Demak, waar de beroemde moskee reeds in 1468, naar wordt

!) Echtgenoote van den Patin van Madjapahit, die uit Palembang (=Sembodja). zou gekomen zijn.

2) d.i. de uit de Compagnie's berichten bekende haven Jortan; de plaats bestaat

nog.

3) Dr. D. A. Rinkes. De Heiligen van Java IV Ts. Bat. Oen. Deel LUI (reeds genoemd), waar deze gang van zaken met het optreden van de monniken in Europa in 't begin der middeleeuwen vergeleken wordt.

Sluiten