Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangenomen, is gebouwd. Vóórdien jechter, toen Demak nog Bintara heette (vermoedelijk naar een Hindoesch graf) moet er reeds een .oudere moskee en dus een Mohammedaansche gemeente bestaan hebben.

Volgens de traditie heeft Soenan Kali Djaga er zich vooral op toegelegd om de heidensche wajangspelen, die met de "Javaansche bevolking als samengegroeid waren, naar Mohammedaansche opvattingen te vervormen, en tevens als middel tot verspreiding van den Islam te bezigen ')•

Sommige wali's bewezen, volgens de opinie hunner ambtgenooten, met hun optreden den godsdienst geen dienst. Zoo verkondigde Sjech Siti Djenar pantheïstische en kettersche mystieke denkbeelden, die niet voor. het gewone volk — dat er zich juist zeer toe aangetrokken voelde — bestemd waren en die tot verslapping van de ceremonies in de moskee leidden. Daarom werd er tot zijn dood besloten, waarin eenige zijner trouwe leerlingen hem volgden. Dat bij zulk een uit den weg ruiming ook wel wereldsche overwegingen gegolden kunnen hebben, zullen wij verderop zien.

De talrijke legenden over de wali's 2) moeten wij hier terzijde laten; de door hen verrichte wonderen, hun stamboomen, die alle tot den profeet opklimmen om den glans hunner heiligheid te verhoogen, passen niet in een historisch verhaal. Wel is de Inlandsche traditie in zooverre juist, dat zij als hun arbeidsveld inderdaad de streek aanwijst, vanwaar de propaganda van den Islam moet zijn uitgegaan, n.1. van de kuststeden van Oost-Java en dat hun leeringen worden toegeschreven, die een mystiek karakter dragen. 3)

J) Zie Dr. L. Serrurier, De Wajang Poerwa p. 103 van de pracht-uitgave, Dr. D. A. Rinkes, De Heiligen van Java V (Tijdschrift, Bat. Gen. LIV) p. 151 en Dr. Hoesein Djajadiningrat, Crit. besch. enz. p. 259, noot 2.

2) Over Soenan Goenoeng Djati zal in verband met West-Java worden gesproken.

3) Dr. B. Schrieke. Boek van Bonang pag. 36 en 37.

Sluiten