Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veroveren. Negentig jonken en twaalf duizend man bracht hij bijeen met behulp van familieleden, die Palembang in bezit hadden. ') Van eigengemaakte kanonnen waren zij goed voorzien, want op Java had men destijds uitstekende geschutgieters. Het was op het eind van 1512 dat Oenoes niet den naasten weg naar Malaka nam, maar Westelijk om Soematra heen voer en op 1 Januari 1513 onverwachts voor de stad verscheen. Ofschoon de macht der Portugeezen veel geringer dan de zijne was, besloten dezen toch tot den aanval over te gaan waardoor zij de Javanen op de vlucht dreven. Oenoes zelf ontkwam met zijn jonk naar Djapara. Zijn nederlaag brak zijn veerkracht niet: in hetzelfde jaar 1513 stelde hij zich nog in 't bezit van Sidajoe. Zijn merkwaardige jonk werd op 't strand van Djapara onder een pendopo te pronk gesteld, want hij was er trotsch oP daarmee tegen „het dapperste volk ter wereld" gestreden te hebben — de uitslag van 't gevecht was van minder belang. Deze opvatting werd door de Javanen gedeeld, want in 1540 waren zij, volgens de Portugeezen, nog vervuld van de roemruchtige onderneming en zij maakten hem, reeds in 1518, uit bewondering daarover koning van Demak. 2).

Het schijnt, dat over deze stad reeds zijn vader, Raden Fatah of Patah, uit Palembang afkomstig, macht uitgeoefend had, daar hij algemeen de eerste sultan van Demak wordt genoemd, echter nog onder suzereiniteit van Madjapahit. Deze „bejaarde" Penambahan („Djimboen"), die gehuwd was met een kleindochter van Soenan Ngampel, werd dan in 1518 opgevolgd door zijn ondernemenden zoon Oenoes, die, als de boven gegeven voorstelling der feiten juist is, . een en dezelfde persoon is als de zoogenaamde „Pangeran Sabrang Lor".

Is 't nu deze Oenoes of Pangeran Sabrang Lor geweest, die, omstreeks 1518, ten slotte een eind maakte aan het Hindoesche Madjapahit en dit in handen der Mohammedanen bracht? Vast staat het zeker niet, 3) al ging de inneming der stad, volgens de gangbare traditie, van Demak uit.

Dat Praboe Oedara, de laatste Hindoesche Madjapahitsche vorst, op wien Oenoes dan het rijk zou veroverd hebben, zich hoe langer hoe meer in 't nauw gebracht achtte, blijkt wel uit 't feit, dat hij, reeds in 1512, de vriendschap zocht van d' Albuquerque, den Portugeeschen veroveraar van

!) Vermoedelijk gouverneurs van Madjapahit, die zich onafhankelijk gemaakt hadden.

2) Dit is de gang van zaken, dien. men zich uit een harmoniseering van Portugeesche en Inlandsche gegevens, meent te mogen voorstellen.

3) Hoe moeilijk deze kwestie uit te maken is, leze men in: „Wanneer is Madjapahit gevallen?" door G. P. Rouffaer in: Bijdragen voor de Taal- Land- en Volkenkunde van N. I. deel L. pag. 122 e.v.v. en in: „Het jaar van den val van Madjapahit door Dr. N. j. Krom. in Tijdschr. Bat. Gen. deel LV pag. 25/e.v.v.

Sluiten