Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesloten, ') waarbij de Portugeezen verlof kregen om een sterkte in Soenda te bouwen. Zij zouden verder zooveel peper krijgen, als ze hebben wilden, in ruil voor artikelen, waarvan zij de Soendaneezen zouden voorzien. Als blijk van vriendschap zou de vorst van af den dag, waarop men aan de sterkte zou beginnen, elk jaar duizend zakken peper (= 351.000 pond) aan den koning van Portugal ten geschenke geven, een bepaling, die naar alle waarschijnlijkheid opgenomen werd omdat de sterkte ook dienen zou ter bescherming van de Hindoes tegen den gemeenschappelijken vij ind. Een gedenksteen*, ter bevestiging van het verdrag, werd onder groote feestelijkheden aan den rechteroever van de rivier opgericht. 2) Ofschoon de Portugeesche koning, na van het contract bericht te hebben gekregen, last gaf terstond met den bouw van het fort te beginnen, is daar door allerlei oponthoud niets van gekomen. De Soendaneesche vorst, die op een spoedigen steun van de Portugeezen tegen de hem meer en meer benauwende Mohammedanen had gerekend, heeft tevergeefs naar hun komst uitgezien. Toen ten slotte Francesco de Sa in het begin van 1527 Soenda naderde, om eindelijk met den bouw der sterkte te beginnen, werd een zijner schepen door storm bij Kalapa op het land gezet. De bemanning ervan werd door Mohammedanen, die er sinds weinige dagen meester waren, vermoord. De stad hadden dezen op den Hindoe-koning, met wien de Portugeezen in 1522 het tractaat gesloten hadden, veroverd, waarbij de vorst zelve gesneuveld, was. De leider der Mohammedanen was —volgens de Portugeezen — iemand van lage afkomst, Faletehan 3) geheeten, in wien wij, naar aangenomen wordt, den Soenan Goenoeng Djati hebben te zien. 4) «".V

Dit was een Mohammedaan, waarschijnlijk afkomstig, uit PaSei, dat hij verliet, toen de Portugeezen het in 1521 hadden vermeesterd. Hij begaf zich toen naar Mekka, waar. hij zich eenige jaren op de studie van den Islam toelegde. Daarna ging hij na een kort verblijf in Pasei, naar Djapara en Demak, waar hij met zijn godsdienstonderwijs veel opgang maakte. Zelfs gaf de Sultan van Demak, Pangeran Trenggana, hem zijn zuster tot vrouw. Waarschijnlijk bekend met de betrekkingen, welke de Portugeezen met den Hindoevorst in West-Java hadden aangeknoopt, begaf hij zich, zoowel om het binnendringen op Java van de vijanden der Mohammedanen te beletten als om den Islam uit te breiden, in overleg met zijn zwager naar

!) Dit tractaat berust nog in het Nationaal Archief Torre de Tombo in Portugal. (Dr. Hoesein Djajadiningrat. Crit. Beschouwing enz. blz. 76 noot 2).

2) Deze steen, is, naar men meent, onlangs teruggevonden bij het bouwen van een huis op den hoek van de Prinsenstraat. Zie de illustratie.

3) Van welken Inlandschen naam dit de verbastering is, is nog niet zeker. Hij wordt ook nog Tagaril genoemd. Zie voor deze. gelijkstellingen: Dr. Hoesein Djajadiningrat. Critische Beschouwing enz. (Misschien is Faletehan: Fatahillah met metathesis. Als Tagaril een fout is voor Fagaril kan dit ook een verbastering van hetzelfde wezen. Mededeeling van Dr. B. Schrieke).

4) Dezen naam kreeg hij, zooals later nog vermeld zal worden, naar zijn begraafplaats op den Djatiheuvel bij Cheribon.

Sluiten