Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zullen later nog zien, dat zij haar pleegkind, Pangeran Arya van Bantam, een politieke rol in zijn vaderstad trachtte te doen spelen.

Een zuster van haar huwde met Pangeran Pasarean van Cheribon, vermoedelijk nadat zij reeds weduwe was geworden van den anderen zoon van Soenan Goenoeng Djati, Hasanoeddin van Bantam.

Een derde dochter van Sultan Trenggana werd de vrouw van Mas Krebet, die nog vele andere bekende namen, zooals die van Ki Djaka Tingkir, Pandji Mas en Adiwidaja droeg. Dit was de zoon van den regent van Pengging') Ki Kebo Kenanga, die vorstelijk Madjapahitsch bloed in de aderen verklaarde te hebben. Toen hij eens door den Sultan van Demak (te dien tijde nog Pangeran Djimboen) opgeroepen werd, weigerde hij ten hove te verschijnen, in welk verzet hij gestijfd zou zijn door zijn leermeester, den ketterschen wali Sjech Siti Djenar. De regent werd daarop door den afgezant van den Demakschen vorst, den rechtzinnigen Soenan Koedoes, uit den weg geruimd en Sjech Siti Djenar vond ook, zooals reeds is meegedeeld, een gewelddadig einde, zoogenaamd wegens ketterij, doch zijn samenwerken met den weerspannigen regent zal aan zijn dood niet vreemd zijn geweest. De zoon van den vermoorde nu, Mas Krebet (Ki Djaka Tingkir) wist het later tot bevelhebber van de keurbende van Sultan Trenggana te brengen en won zoozeer diens gunst, dat hij diens dochter tot vrouw kreeg en tot regent werd aangesteld over het vroegere gebied zijns vaders, dat voortaan Padjang genaamd werd en waarbij het veroverde (wanneer?) Mataram gevoegd werd.

Over den regeeringsduur en het uiteinde van Pangeran Trenggana bezitten wij de meest uiteenloopende berichten, zoodat men slechts naar de juistheid ervan kan gissen en er alleen onder voorbehoud over spreken kan.2) Daar Padjang, dat Demak van zijn plaats verdrong, reeds in 1568 een sultanaat was, aan welks wording allerlei strijd is voorafgegaan, schijnt het aannemelijk te zijn den dood van Trenggana, den laatsten sultan van Demak, op + 1550 te stellen. Hierdoor wint het Portugeesch verhaal, 3) dat het sterven van een sultan van Demak (de naam wordt niet genoemd) in 1546 met de daarop gevolgde verwarring beschrijft, aan waarschijnlijkheid> al is zeker niet alles, wat het bevat, juist.

Men zal zich herinneren, dat Faletehan (Soenan Goenoeng Djati) door Pangeran Trenggana in 1546 tot den strijd tegen Pasoeroean werd opgeroepen en dat hij daaraan gevolg gaf. De onderneming tegen dit nog onbekeerde rijkje was grootsch opgezet4): een aanzienlijke vloot onder admiraalschap van een pretendent naar den Pasoeroeanschen kroon en duizenden soldaten trokken op de stad af. De inwoners, rekenende op de vermoeidheid der vijanden, die twee dagen bezig geweest waren met het opwerpen

_ !) later Padjang = het Zuid-Westen der residentie Soerakarta.

2) De regeeringsduur varieert in de berichten van 7 tot 70 jaar.

8) Van Pinto. — Zie op zijn naam Ene. N. I. 3é deel, 2e druk.

4) Zie Veth. Java2 I pag. 290 e.v. waaruit hier gedeelten zijn overgenomen.

Sluiten