Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich ten Westen van de kraton. Een hulpvaardige geest (?), die blijkbaar onder Senapati's bevelen stond, Djoeroe Taman, doodde daarop dan sultan met vergif: in desa Boetoeh werd Adiwidjaja begraven (1582), terwijl Senapati ondertusschen weder naar Mataram was teruggekeerd.

Nu werd echter niet Pangeran Banawa, zooals Senapati gehoopt had, tot sultan van Padjang door de bloedverwanten aangewezen, doch de schoonzoon van den overledene, Arya Pangiri, de zoon van Soenan Prawata, waarmee men dus tot de rechtstreeksche afstammelingen van Trenggana van Demak terugkeerde, terwijl Pangeran Banawa slechts het Adipatischap van Djipang kreeg, iets waarover hij zeer ontevreden was.

Als Arya Pangiri eenigszins de gevaren, die hem omringden, beseft had, zou hij waarschijnlijk tactvoller zijn opgetreden dan hij nu deed. Hij ontnam nl. aan de Padjangers een derde van hun sawah's en schonk die aan zijn volgelingen uit Demak. Dit veroorzaakte natuurlijkerwijs de grootste ontevredenheid en de beroofden, wel wetend, waar zij steun zouden vinden, begaven zich met hun klachten naar Mataram. Senapati deed voorloopig echter, alsof hij er geen ooren naar had om tegen den Sultan van Padjang op te treden, maar toen hij vernam, dat er in de hoofdstad een samenzwering tegen hem gesmeed werd en zijn vriend Pangeran Banawa er mede op aandrong, dat hij Padjang vermeesteren zou, liet hij, die niets liever wilde, zich ten slotte overhalen. Toen hij met zijn voornemen openlijk voor den dag kwam bleek de wettige sultan zich nergens vrienden gemaakt te hebben: de afval was algemeen, alleen zijn bevoorrechte Demakkers en zijn Balineesche, Boegineesche en Makassaarsche slaven bleven hem trouw. Tot den dood van den sultan kwam het niet: diens echtgenoote, de dochter van Senapati's weldoener Adiwidjaja, vroeg den veroveraar, het leven van haar man te sparen en dit werd toegestaan. Arya Pangtri moest echter de sultanswaardigheid neerleggen, waarop hij zich naar Demak terug mocht begeven.

Nu zou Pangeran Banawa in Padjang moeten opvolgen, doch deze besefte blijkbaar wel, dat hij tegen Senapati toch niet bestand zou zijn en stond belangeloos de sultanswaardigheid aan zijn meer ondernemenden vriend af. Deze wilde zich echter niet in Padjang vestigen, maar bracht de rijkssieraden naar Mataram over en stelde Pangeran Banawa als sultan=-vazal te Padjang aan. Het zou Senapati, die zich op deze wijze tot sultan van Mataram had opgeworpen, echter nog veel strijd kosten, eer hij algemeen als oppervorst van Java werd erkend.

Sluiten