Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Portugal in 1580 veroverd werd door Spanje, het land, waarmee de Nederlanders in oorlog waren, begonnen de Spanjaarden er den handelaars groote moeilijkheden in den weg te leggen, waardoor vooral de Hollandsche kooplieden, doch ook de Engelsche zwaar getroffen werden. Bovendien verbood de regeering in de Nederlanden zelve den stellig vreemdsoortigen, doch zoo voordeeligen handel met den vijand') en trachtten de Engelschen door middel van kaperschepen, hun Hollandschen concurrenten den lust in dien handel te benemen. Ondanks dit alles bleven de Nederlanders op Portugal en Spanje varen, zoodat in 1595 de koning van Spanje beslag wist te leggen op vier honderd Hollandsche schepen en zelfs nog in 1599 een dergelijke daad den Spanjaarden groot voordeel, den Nederlandsche kooplieden aanzienlijke verliezen bezorgde. De laatsten waren niet geneigd in de voortdurende kwellingen te berusten en zochten nieuwe uitwegen voor hun energie, want een frissche ondernemingsgeest was in dezen tijd over de Nederlanders vaardig, zoodat een tegenslag hun een aansporing tot nieuwe krachtsinspanning was. Naar de Middellandsche zee, naar West-Afrika, naar Brazilië richtten zij den koers, want het opgroeiend geslacht dorstte „naar al wat nieuw, wat gewaagd, ja zelfs wat wonderdadig was".2) De verhalen van de reizen om de wereld van Drake, Cavendish 3) en anderen voedden bovendien de fantasie en het verlangen naar avonturen in verre landen. Men wilde trachten zelf het rijke Oosten te vinden en, om op de reis geen overlast van de Portugeezen te lijden, werd in 1597 een poging gedaan om noordelijk langs Rusland en Siberië naar China en Japan en verder naar Indië te varen; een stoutmoedige onderneming, die evenwel niet slaagde.

Onderwijl was men in 1592 in Holland in het bezit gekomen van belangrijke kaarten en inlichtingen, betrekking hebbend op de vaart naar Oost- en West-Indië, Afrika, China ertz. die een Spanjaard, ondanks het strenge verbod, dat op den uitvoer van kaarten bestond (er stond de doodstraf op) den Hollandschen predikant-aardrijkskundige Plancius in handen had gespeeld. In hetzelfde jaar waagden eenige Amsterdamsche kooplieden het, Cornelis Houtman naar Lissabon te zenden, waar hij op een handelskantoor voor hen de geheimen van den Indischen handel wist uit te vorschen. En bovendien keerde, ook in 1592, een zekere Jan Huygen van Linschoten na een verblijf van vele jaren in Portugal en Voor-Indië in zijn vaderland terug, voorzien van een schat van gegevens over de vaart naar het Oosten, de handelsgewoonten en de producten van alle daar wonende volken, met wie

J) In 1586; het verbod bleef maar kort gehandhaafd.

2) De Jonge. De opkomst van het Nederlandsch gezag in Indië 1 pag. 3.

3) Deze beide Engelschen hadden ook Java aangedaan: Drake kwam in 1580 voor Balambangan en bij de Tjidonan (Eerste Schipvaart blz. 192, noot 10); Cavendish verbleef in 1588 veertien dagen in Balambangan en deed eenige — reeds vermelde — mededeelingen over den ouden en den jongen koning aldaar.

Sluiten