Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESTIENDE HOOFDSTUK.

De Oost-Indische Compagnie tot 1610.

Het contract met Djacatra was pas een maand in werking, toen de eerste Gouverneur-Generaal der O. L Compagnie, Pieter Both, den 19den December 1610 te Bantam landde.

Het besluit tot aanstelling van een algemeen gouverneur over de kantoren, loges en den handel van de Compagnie met hare dienaren in Indië, hetwelk bewindhebbers in 1609 namen, was dringend noodig geworden, daar het de Compagnie in deze jaren ver van voorspoedig ging. Dit was aan verschillende oorzaken, zoowel in Indië als in Holland/te wijten. Men wilde de Spanjaarden en Portugeezen gaarne geheel en al uit het Oosten verdrijven om alléén in het bezit van den handel in specerijen te geraken. In plaats van nu den aanval telkens op eén punt te concentreeren en den tegenstanders stuk voor stuk hunne bezittingen te ontrukken, trad men overal tegelijk en nergens met voldoende kracht op, daar een centrale leiding ontbrak, terwijl juist de koning van Spanje, het gevaar beseffend, zijn onderdanen sinds 1602 flink steunde. Alle ondernemingen, door Compagnie's dienaren op de oostkust van Afrika, in Voor-Indië en Ceylon, voor Malaka en in de Molukken begonnen, hadden — op een enkele uitzondering na — niet het minste resultaat en kostten tezamen schatten gelds. De Compagnie, door de talrijke verliezen verzwakt, zocht meer en meer steun bij de regeering der Republiek en verkreeg van haar inderdaad geschut, manschappen en geld, doch zij moest daarvoor toestaan, dat het landsbestuur meer invloed dan tevoren op den gang harer zaken uitoefende en dat dit zich de souvereiniteit over de bezittingen in Indië voorbehield.

En terwijl het den bewindhebbers in de eerste plaats te doen was om het bezit van de Specerij-eilanden, om Banda, Ambon en de Molukken, werd juist op Banda in 1609 admiraal Verhoeff vermoord, brachten de inwoners van Lontor alle daar aanwezige Hollanders om, stierf een admiraal in de Molukken en werd een ander in die streken een paar maal door de Spanjaarden gevangen genomen.

Bij dit alles kwam nog, dat in de Nederlanden zelf, verscheiden begaafde en ondernemende kooplieden zich tegen Compagnie's recht van alleenhandel op een zoo uitgestrekt gebied, verzetten; dat zij hare gebreken en de begane fouten zoo breed mogelijk uitmaten, kortom haar tegenwerkten, zooveel ze konden. Vele verdienstelijke admiraals, zooals Jacob van Heemskerck,

Sluiten