Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEGENTIENDE HOOFDSTUK.

Mataram tijdens de regeering van Mas Djolang of Panembahan Seda Krapjak. 1601 -1613.

Hoewel niet de oudste zoon van Senapati, kwam Mas Djolang volgens zijn vaders aanwijzing in 1601 in Mataram aan het bewind. ')

Ook gedurende de regeering van dezen vorst — trouw gesteund door Djoeroemartani, den rijksbestierder van Senapati — werd er in het rijk herhaaldelijk verzet gepleegd, dat, evenals vroeger, gewoonlijk uitging van een zijner ontevreden familieleden of van den dipati van Soerabaja.

Zoo was 's vorsten 'broeder, Pangeran Poeger, die tot dipati van Demak was aangesteld, niet van zins in zijn positie van vazal te berusten, ofschoon Mas Djolang hem bovendien het land ten Noorden' van den Goenoeng Kendeng 2) had afgestaan. De prins streefde naar volkomen onafhankelijkheid en werd daarin door de oostelijke gewesten, met name door Soerabaja, gesteund. Mas Djolang trok toen in 1602 met zijn leger naar Demak en sloeg het beleg voor die stad.

Kort tevoren (9 Maart 1602) had Pangeran Poeger zich van een twaalftal Hollanders van de vloot van Van Heemskerck (gelijk reeds is meegedeeld) weten meester te maken en deze werden nu gedwongen een werkzaam aandeel in de verdediging der stad te' nemen. Zij deden dit volgaarne, daar zij hoopten door hun dapper gedrag de vrijheid te zullen verwerven en zij maakten zich haast onmisbaar, doordat alleen zij in staat waren, het geschut te bedienen. Wegens de hanteering van zulke schrikwekkende wapenen koesterden belegeraars en belegerden groote vrees en ontzag voor hen en hield men ze niet voor menschen maar voor duivels. Dank zij hun hulp duurde de belegering van de stad niet langer dan twee maanden; reeds in Mei van 'datzelfde jaar trok Mas Djolang, de omstreken verwoestend, onverrichterzake af. Gresik, dat vijftien honderd man op de been had gebracht om Demak te helpen, behoefde zijn troepen niet meer af te zenden.

De panembahan liet het niet bij deze eene poging om zijn opstandigen broeder te onderwerpen: in 1604 viel hij Demak opnieuw aan en ditmaal

x) Waardoor de oudere zoons voor Mas Djolang gepasseerd konden worden, is niet vermeld; vermoedelijk lag het aan den rang der moeder. 2) In Zuid-Soerabaja en Rembang.

Sluiten