Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te bezitten en toonde belangstelling in zaken, die niet onmiddellijk hemzelf en zijn rijk raakten.') Ook zou hij' wijsgeerige neigingen hebben bezeten, hetgeen uit een op zijn naam staand philosophisch werkje „Sastro Gending'' zou moeten blijken.2) Zijn kleeding onderscheidde zich weinig van die der andere Javanen: hij droeg een wit en blauw gebatikte sarong, die dooreen gordel met gouden sieraad werd vastgehouden 3) en waarin een kris was gestoken. Aan zijn vingers droeg hij vele ringen met glinsterende diamanten en een wit linnen mutsje4) dekte zijn hoofd. Door dertig of veertig vrouwen, die met sirih, tabak en dergelijke in gouden schalen en koppen en met een watergendi gereed zaten, werd hij bediend. Voortdurend bevond zich in 's vorsten nabijheid een vrouw, die, op de knieën gezeten, een lange, gevlamde piek op den schouder droeg. 5) De vorst rookte aanhoudend, maar gebruikte slechts weinig sirih. Bij audiënties zat hij op een sandelhouten schabelletje, slechts een halve voet van den grond, onder eenige boompjes.6) Het bankje stond op den steenen vloer van een bale, die ongeveer drie meter in het vierkant was. Hier rondom waren in drie kringen een paar honderd personen 7) onder het geboomte gezeten, de rijksgrooten, die, met gebogen hoofd, zonder te rooken of sirih te kauwen en zonder zitmatje, de bevelen huns'meesters afwachtten. Zij moesten stipt twee maal 's weeks op de spreekdagen — Maandag en Donderdag — ten hove verschijnen en bij verhindering door ziekte dit dadelijk, op verbeurte van hun ambt, laten weten. De keizer merkte terstond iemands afwezigheid op en vroeg dan dadelijk naar de oorzaak. Op Vrijdag moesten zij ook opkomen, om den vorst naar de moskee te vergezellen en op Zaterdag, den tournooidag, kwamen zij met

i) Zoo liet hij zich op een door de Hollanders meegebrachte kaart de ligging van verschillende landen in Europa, van China en Japan wijzen en informeerde hij naar een land dat ten Zuiden van Java moest liggen en dat dichtbevolkt en goudrijk zou zijn

*) Of dit werkje den keizer echter „recht geeft op een plaats wellicht naast de groote denkers der eeuwen", aldus R. M. Soetatmo Soerio Koesoemo in „NederlandschIndië, Oud en Nieuw" 3e Jg. 2 Juni 1918 pag. 41-kan schrijfster dezes met beoordeelen. Uit het eenigszins onsamenhangende artikel kwam dat haar uiterst twijfelachtig voor, gesteld n.1., dat Agoeng er werkelijk de auteur van is.

3) Ook droeg hij wel een veelkleurige bebed (lang doek) met een zwart fluweelen jasje dat met gouden bloemetjes beschilderd was.

*) d w z de koeloek". „Het distinctief van een ambtenaar naliet dragen

van de koeloek (de bekende muts van gesteven linnen of fijn gaas, Jav. bertji - „Bharochstof" in den vorm van een afgeknotten kegel) bij officieele gelegenheden iüs met name het seba ( voor den Vorst verschijnen") Donderdags of Maandags, of bij garebegs en dergelijke hoffeesten". (Rouffaer. Ene. N. I. IV, le druk pag. 622 2).

=) De Mohammedanen hadden van de Hindoes de bediening door vrouwen, tenminste in Mataram, overgehouden. Bij geheime besprekingen, die op het binnenplein gehouden werden, waren echter geen vrouwelijke, doch mannelijke bedienden aanwezig. Zie de Jonge-Opkomst V. Journaal van Vos-1624 pag. 49 met noot.

«) d.w.z. in potten. .

7) Een Hollandsch gezant spreekt van: ongeveer drie duizend, een ander van drie of vierhonderd edelen. Het laatste is het meest waarschijnlijk.

Sluiten