Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun paarden naar de aloen-aloen. Boete of straf bedreigde ook dan dèngene, die, zonder bericht, daarvan wegbleef.

Hoe onbeperkt de macht was, die de vorst over zijn edelen kon uitoefenen, bleek bij een hazardspel, het mirobolani- of kemiri-notenspel, ') dat in 1623 op uitdrukkelijk bevel van den keizer, aan het hof in de mode was. Toen vier groote heeren eens met den keizer aan het spelen waren, bekeek deze hun noten en zag hij, dat ze niet schoongemaakt waren, terwijl ze heelemaal glad en mooi moesten zijn. Uit toorn hierover liet de vorst toen de paarden der nalatigen uit hun huizen halen en dezen in hun tegenwoordigheid den hals afsnijden, er bij voegende, dat, als hij hen nog eens zoo betrapte, hij dan met hèn zou doen, wat hij nu met hun paarden had gedaan. Twee andere heeren, die hun noten wel een weinig, maar niet voldoende naar 's keizers zin, verzorgd hadden, liepen ook straf op: de vrouwen en kinderen der schuldigen werden voor een poos in den kraton gehaald.

Op het laatst van 1624 werd het bestaan voor de voornaamste vier Mataramsche hoogwaardigheidsbekleeders zeer hachelijk, daar Agoeng toen bekend maakte, dat hem een goddelijke verschijning in wit gewaad geopenbaard had, dat, indien hij zijn rijk in vrede wilde bezitten, vier van de allergrootsten daarin, niet met name aangeduid, moesten weggenomen worden.

Eer de edelen op de spreekdagen in de nabijheid van den vorst toegelaten werden, moesten zij op de aloen-aloen, onder de rechts en links daar aangebrachte bale's, vergezeld van hun slaven, wachten. Zij ressorteerden onder vier „geheimraden" (twee voor elke zijde), die den vorst moesten aandienen, wat de onder hen staande edelen te zeggen hadden. Even voordat de keizer buiten zou verschijnen, werden er drie teekens gegeven: drie lange pieken werden eerst voor de binnenpoort van de „pelataran", het „voorplein" 2) van dè aloen-aloen, geplaatst, vervolgens iets verder, bij eenige boomen. Dan begaf de vorst zich naar een bale van het voorplein. Zoodra hij daar gezien werd, moesten de slaven der aanzienlijken zich verwijderen. Een koningsbode verzocht daarop de vier geheimraden iets dichterbij te komen, wat zij, zoo snel ze konden, deden. Dan werden de drie pieken met nog tien kleinere en een groote parasol van lontarblaren 3) bij een groote bale gezet. Eindelijk begaf de panembahan zich naar de aloen-aloen en liet hij de vier geheimraden tot zich roepen, die hem tot op zes pieken afstands mochten naderen. Achter dezen zaten de overige edelen. Gebood de vorst

*) Hierbij zet een der twee spelers zijn noot onder die van den ander. Een lange, platte, gespleten bamboe wordt op de noten gelegd en met een hamer slaat de speler daar op. Breekt de onderste noot dan wint de eigenaar van de bovenste den inzet en omgekeerd, W. F. Gerdes Oosterbeek in Ene. N. I. IV le druk pag. 52 „Spelen".

2) n.1. van den kraton uit gerekend.

3) „De meest antieke en in beide Vorstenlanden ook altijd nog .meest aanzienlijke pajoeng —onversierd, onsamenvouwbaar". Rouffaer in Ene. N. I. IV 623. Zij heet „bawat" en komt nog wel voor.

Sluiten