Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te verhinderen. Met dit schip zou de G.G. den vorst vriendschap bewijzen en uit het zenden zou Z.M. de goede gezindheid van Z.E. kunnen opmaken. Na de inneming van Soerabaja zouden de Hollanders daar vrij mogen wonen en evenzoo in Gresik, Djaratan of Arosbaja, waar men maar wilde. De op Soerabaja veroverde schepen zouden aan de Hollanders, de aanzienlijke gevangenen, buitgemaakte juweelen,'goud, zilver, enz. aan Z. M. komen.

Over deze belangrijke kwestie verklaarde de gezant zich niet bevoegd te beslissen of te onderhandelen en hij gaf den raad, dat de vorst iemand naar Batavia zou zenden, om er daar besprekingen over te voeren.

De Soesoehoenan, die dit beneden zijn waardigheid achtte, was zeer teleurgesteld zijn verzoek niet onmiddellijk ingewilligd te krijgen. Het was de eerste maal, liet hij zeggen, dat hij eenige hulp van den G.G. vroeg en als die het verzoek van 's vorsten gezant eens weigerde, zou deze beschaamd staan. Dat zou tot groote oneer van Z.M. strekken, iets waarover zijne vijanden zich stellig zouden verblijden. Hij vroeg dus maar of de Hollandsche gezant zijn verzoek in Batavia wilde overbrengen, hetgeen deze beloofde.

• Soerabaja had, zooals wij zagen, dus nog steeds de pogingen van Agoeng weerstaan. In 1622 was er een leger van tachtig duizend man (volgens Inlandsche berichten) op de- stad afgezonden, doch dit was zoo slecht geapproviandeerd, dat het, zonder iets verricht te hebben, moest terugtrekken. Wel werden Gresik en Djaratan opnieuw verwoest, doch Soerabaja zou het nog eenigen tijd uithouden. De stad verzocht in 1623 om hulp te Batavia, maar deze werd niet gegeven, vermoedelijk omdat de Hollanders den Matarammer met het oog op den rijsttoevoer en den handel met zijn rijk niet wilden verbitteren. In hetzelfde jaar liep het gerucht in Mataram, dat de vorst van Djohor (op Malaka) met zijn gansche zeemacht Soerabaja wilde komen helpen. Hierom liet de Soesoehoenan vele goraps ') bouwen en maakte hij het plan de stad spoedig weer aan te tasten. De buitenlander verscheen echter niet en eerst richtte Agoeng nu zijn legers naar Soerabaja's bondgenoot, Madoera.

Dit eiland bevatte vijf staatjes, die alle van Soerabaja afhingen. 2) De vereenigde tegenstanders van Mataram brachten er Agoeng's troepen eerst een nederlaag toe, die echter door een overwinning van Mataram gevolgd werd.3) Toen evenwel de Javaansche aanvoerder daarna door een 's nachts in het kamp doorgedrongen Madoereeschen pangeran doodelijk gewond werd, verlamde dat de geestkracht der soldaten geheel en een nieuw leger uit Mataram moest een eind aan den strijd komen maken. Dit zou nog zeer moeilijk zijn geweest, zoo de pangeran van Sampang zich niet vrijwillig onderworpen had. Het eiland werd nu veroverd en voor een groot deel

!) Een soort van vaartuig. '

2) Veth. Java2 I, pag. 366.

3) Volgens den G. G. de Carpentier waren de Mataramsche troepen 160.000 man sterk en bezat Madoera 50.000 weerbare mannen. Van de Matarammers sneuvelden er meer dan 6000 (De Jonge V pag. 88).

Sluiten