Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geval: van Soemedang werden, op Agoeng's bevel, in 1624 zooveel troepen onder den daar wonenden landvoogd van Mataram ontboden om aan de expeditie tegen Madoera deel te nemen, dat er in hun woonplaats geen volk meer overbleef.') De Soemedangsche regent2) keerde, naar het schijnt, niet naar de Preanger terug, waarna de aanzienlijke positie van vertegenwoordiger van het Mataramsch gezag overging op een zekeren Dipati Oekoer3), die, bij den Malabar wonend, aangewezen scheen om mogelijke aanspraken van Bantam op Mataramsch gebied gewelddadig te keeren. Tot diens landvoogdij behoorden niet Galoeh, (het latere) Tjiandjoer en Krawang, doch wel Tjiasem en Pamanoekan, zoodat het binnenland niet van de Java-zee was afgesloten.4)

Cheribon stond reeds, zooals bekend is, sterk onder Mataramschen invloed en de hoogbejaarde Pangeran Ratoe geraakte dit steeds meer. Hoe bevreesd hij voor Agoeng was bleek toen Dr. de Haen, in 1622 op weg naar Mataram, eerst het Cheribonsche hof bezocht. De oude koning (hij was ongeveer tachtig jaar; de jonge koning was zijn kleinzoon en latere opvolger: Panembahan Girilaja) voelde zich zeer bezwaard, dat hij vóór den keizer met geschenken werd vereerd, bang, dat hij daarop vanuit Mataram aanmerking zou krijgen.

Hij werd in 1624, na Agoeng 's verovering van Madoera aan het Mataramsche hof ontboden en verscheen daar ook, hoewel met grooten tegenzin. Dat hij toch echter een bizondere positie innam, kwam tot uiting in den nieuwen titel van panembahan Cheribon, waarmede de soesoehoenan hem toen vereerde. Ook mocht hij alleen van alle aanwezige pangerans naar huisterugkeeren, de anderen moesten aan het hof blijven. Dit alles was zeker hieraan te danken, dat zijn dochter Agoeng 's voornaamste echtgenoote en de moeder van den lateren Sultan Tegalwangi was.5) Bij gelegenheid van het huwelijk (misschien + 1615 gesloten) met deze prinses had Agoeng wellicht aanspraken gekregen op de landen bewesten de Tjimanoek, waarop ook Bantam rechten deed gelden, hetgeen een reden van vijandschap tegen dat 'land was..6)

In 1625 werd Panembahan Ratoe volslagen al.s vazal behandeld, toen hij met den regent van Kendal van den soesoehoenan den last ontving om Bantam door overreding of bedreiging tot onderwerping te brengen. Agoeng besefte n.1. hoe moeilijk, het zou zijn om Bantam met geweld te nemen.

!) De Preanger was toch al dun bevolkt.

2) Diens titel was geweest: Pangeran Dipati Rangga Gempol Koesoemadinata.

3) In welk jaar is niet bekend: vóór 1628.

Zie voor deze Preangerzaken: Dr. F. De Haan. Priangan I, pag, 16 en III, pag. 44

en v.v.

s) Een Bantamsche kroniek zegt, dat de panembahan de leermeester van Agoeng geweest was. Zie Dr. Hoesein Djajadiningrat. Crit. Besch. blz. 181. Zooals gezegd is — eerder in den tekst — stond de vorst in reuk van heiligheid.

«) Zie hierboven blz. 99.

Sluiten