Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan niet oplegt, een vergelijking zonder meer van de prijzen van thans met die van vóór den oorlog tot volstrekt onjuiste conclusies moet leiden. Nadrukkelijk moet dan ook ten opzichte van de boven weergegeven indexcijfers deze reserve worden gemaakt. Slechts voor de zooeven bedoelde groepen, wier inkomen sedert 1914 niet gestegen is, geven zij het offer, hetwelk haar wordt opgelegd, juist weer.

De vraag, in hoeverre de bestaande duurte in het algemeen de bevolking dwingt tot inperking van verbruik, is van zeer groot belang. Niet alleen is zij zulks voor een juist begrip van het eigenlijke duurteverschijnsel, doch het antwoord op deze vraag te geven is tevens van zeer groote, zoo niet beslissende beteekenis voor het standpunt, dat tegenover verschillende middelen van duurtebestrijding behoort te worden ingenomen.

Het antwoord zoude eenvoudig zijn, indien het mogelijk ware naast het indexcijfer der prijsstijging een indexcijfer der gemiddelde inkomensstijging te stellen van even algemeene gelding. Waar echter, gelijk reeds werd opgemerkt, laatstbedoeld indexcijfer noch in het algemeen noch voor belangrijke bevolkingsgroepen ter beschikking staat, is deze methode niet te volgen. Hoogstens kan er op gewezen worden, dat voor de op zich zelf niet onbelangrijke groepen van arbeiders, wier loon naar de op blz. 19 en 20 weergegeven schalen gestegen is, de stijging in koopkracht die van het prijspeil in verschillende gevallen zelfs overtreft, zoodat in deze gevallen uitzetting van verbruik mogelijk is geweest.

Meer beteekenis moet in dit verband worden gehecht aan de cijfers van het Amsterdamsche Bureau van Statistiek op blz. 13 weergegeven. Ter plaatse wordt er reeds op gewezen, dat uit deze cijfers blijkt, dat in de laatste maanden, nu bovendien de beperkingen in het verbruik uit het distributietijdperk geheel verdwenen zijn, het verbruik der onderzochte gezinnen zich weder heeft kunnen verheffen tot het peil van vóór den oorlog. In bijlage A onder II C is afgedrukt de door het Amsterdamsche Bureau van Statistiek gepubliceerde specificatie der gegeven cijfers. Hieruit blijkt, dat de voornaamste verschuivingen hierin bestaan, dat de bedragen voor huishuur, welke in 1910/1911 gemiddeld 16.1 % der uitgaven uitmaakten, thans tot 7.4 % zijn gedaald. De overige posten hebben hierdoor naar verhouding kunnen stijgen, wat in het bijzonder aan de posten voeding en schoeisel is ten goede gekomen.

Sluiten