Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelegd, die hem persoonlijk als strafwaardig kan worden aangerekend. Van het maken van winst, welke in algemeenen zin onredelijk is te achten, kan dit zonder meer niet worden gezegd. Door bepalingen, welke terugbrenging van den prijs mogelijk maken, zal in den regel het algemeen belang in zoodanig geval voldoende gediend zijn. Vandaar dat in het ontwerp van wet, door de Staatscommissie ingediend, in de strafbepalingen een element was ingevoegd, hetwelk voor de strafwaardigheid der handeling beslissend was: het bedingen van buitensporige winsten zou eerst strafbaar zijn na voorafgaande waarschuwing; van een bepaalde prijszetting of prijsberekening zou afwijking slechts dan strafbaaar zijn, wanneer de winkelier tevoren verklaard had zich naar deze prijszetting of prijsberekening te zullen gedragen.

De Staatscommissie ontkent 'niet, dat het opnemen van eene bepaling in het strafwetboek in den geest van art. 419 van den Code Pénal, waarbij een reeks van handelingen worden strafbaar gesteld, welke in haar gevolg tot prijsopdrijving aanleiding kunnen geven, wellicht aanbeveling zou kunnen verdienen. Gelijk boven uiteengezet zijn evenwel de oorzaken, die thans tot het verschijnsel van prijsopdrijving aanleiding geven, in het algemeen terug te voeren tot een verzwakte werking van het beginsel van vrije mededinging. Waar dit zoo is, kan van strafbaarstelling moeilijk sprake zijn, terwijl met name ook de versterkte neiging tot aaneensluiting en monopolievorming, waarin deze omstandigheid zich o.a. uit, op zich zelf stellig niet strafwaardig is te achten. Of de handelingen, die in een dergelijk wetsartikel wèl tot strafbaarstelling aanleiding zouden kunnen geven, zich thans, nu o.a. de oorlogsschaarschte en de daardoor in de hand gewerkte voorraadvorming voorbij zijn, in het algemeen in sterker mate voordoen dan in gewone tijden, is aan twijfel onderhevig. De vraag, of tot zoodanige aanvulling van het strafwetboek zou moeten worden overgegaan, is dus niet zoozeer een vraag van duurtebestrijding in engeren zin, als wel een, die door algemeene beginselen van strafrecht wordt beheerscht.

Nog nadere strafbepalingen laten zich denken ter directe of indirecte bestrijding van het verschijnsel van prijsopdrijving. Uit het bovenstaande volgt echter, dat wil men langs den weg van strafbepalingen het verschijnsel van prijsopdrijving op eenigszins ruime schaal aantasten,

Sluiten