Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschenkomst en op aansprakelijkheid van de coöperatieve Groothandelsvereeniging „De Handelskamer" te Rotterdam. De Nederlandsche Bank heeft zich bereid verklaard promessen der Handelskamer te disconteeren tot een aanvankelijk bedrag van ƒ 3.000.000, welk bedrag tot ƒ 5.000.000 kan worden verhoogd. Het bedrag zal uitsluitend mogen strekken tot bestrijding der duurte, voor inkoopen van bij de Handelskamer aangesloten coöperatieve vereenigingen of van de Handelskamer zelve. De Handelskamer zendt maandelijks een gespecificeerde opgave der verleende credieten in en onderwerpt zich aan verschillende controlemaatregelen. Door uitbreiding van kapitaal, reserveering van winsten en verhooging van bijdragen zal middelerwijl de kapitaalkracht der coöperatieve vereenigingen en van de Handelskamer zelve moeten worden opgevoerd. In elk tijdvak van drie jaren na 1 Januari 1920 zal het voorgeschoten bedrag met ten minste ƒ 1.000.000 moeten worden verminderd. De memoriepost is gevolg van het feit, dat het Rijk de Nederlandsche Bank voor alle verliezen ter zake te lijden garantie verstrekt.

Aan deze mededeelingen wordt in de Memorie van Toelichting nog toegevoegd, dat de Regeering de regeling als een voorloopige beschouwt. Het zal wellicht wenschelijk zijn, om te zijner tijd het deel der voorschotten, dat voor aflossing op korten termijn niet vatbaar blijkt, in een rechtstreeksche leening uit de Staatskas om te zetten, waarbij rentetype en wijze van aflossing nader kunnen worden geregeld. De beide Kamers der Staten-Generaal hebben zich met den post vereenigd.

Volgens van de „Handelskamer" ontvangen gegevens is tot medio September j.1. voor een bedrag van ongeveer ruim / 2.300.000 van het verleende crediet gebruik gemaakt. Met coöperatieve vereenigingen zijn 17 contracten tot een totaal bedrag van ƒ 986.550 tot stand gekomen. Aan 13 coöperaties is crediet geweigerd, 60 aanvragen zijn in behandeling. De voorwaarden, waarop deze credieten verleend worden, zijn als bijlage F aan dit rapport toegevoegd. Bovendien worden bij iedere credietovereenkomst strenge bepalingen gesteld omtrent de bestemming der gelden. Iedere vier weken moet een beknopte balans worden ingeleverd, iedere vier weken moeten bakkerijen, iedere twaalf weken andere bedrijven worden geïnventariseerd, terwijl iedere twaalf weken contröle-rekeningen op het winkelbeheer en een «taat van brooduitkomsten moeten worden overgelegd.

Sluiten