Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afgezien van deze uitzonderingen, de bestaande bedrijfsaaneensluitingen sterker worden en telkens nieuwe tot stand komen. De feiten toonen ook, dat een der middelen door ondernemersorganisaties toegepast om de winst op het hoogst mogelijke peil te houden ligt in productiebeperking. Productiebeperking met dit uitgesproken karakter zal, naar het zich,thans reeds laat aanzien, door de georganiseerde ondernemers zeer sterk worden toegepast ten einde te voorkomen dat het thans hoog opgeschroefde prijspeil zou dalen tot een peil, waarbij de productiekosten nog slecht voldoende worden gedekt om economische productie te handhaven. Zulke bedrijfsaaneensluiting en zulke productiebeperking staat als scherpe tegenstelling tegenover normale prijsvorming zooals deze in een stelsel van vrije mededinging wordt gedacht. De verwachting, dat de prijsvorming nog eenigermate zou tot stand komen door een goede werking van een stelsel van vrije mededinging staat dan ook' buiten de werkelijkheid der economische ontwikkeling.

Voorts kan ook de prijsstijging van de voornaamste artikelen niet in die mate worden op rekening gesteld van de vermeerdering der inkomens en de gestegen koopkracht, die daarmede samenhangt,- als in den gedachtengang van het rapport der commissie wordt aangegeven.

Er zou een diepgaand onderzoek noodig zijn, niet anders te bewerkstelligen dan langs den weg eener enquête op wettelijken grondslag naar de bedrijfsvoering en de prijsvorming in een aantal voorname productiegebieden, om den invloed vast te stellen, dien stijging der arbeidsloonen op den productieprijs moet hebben. Eerst na zulk een onderzoek zouden ten opzichte van den verhoogden productieprijs, als gevolg van verhooging der loonen, waardevolle conclusies kunnen worden getrokken. Uitteraard is de factor van het loon in de productiekosten voor elk vèrbruiksartikel verschillend en loopt de beteekenis van dit element zeer sterk uiteen.

Ondergeteekende betwist niet, dat voor eenige groepen van arbeiders de koopkracht sedert den oorlog is gestegen. Voor de vaststelling van de beteekenis dezer stijging is echter, naar zijn oordeel, een sterkere onderscheiding noodig tusschen koopkracht en geldloon dan in het rapport der commissie wordt gemaakt. Geldloonen, die thans in de tweede helft van 1920 het dubbele bedragen van voor den oorlog en zelfs met

Sluiten