Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij hiervan schriftelijk kennis aan Burgemeester en Wethouders dezer gemeenten. Burgemeester en Wethouders der gemeenten gaan dan onverwijld in onderling overleg tot de instelling over.

Artikel 37.

Van de instelling eener plaatselijke duurtecommissie doen Burgemeester en Wethouders onverwijld mededeeling aan den centralen duurteraad en den duurteraad.

Artikel 38.

De duurtecommissie:

a. houdt hare aandacht gevestigd op prijzen, welke in den kleinhandel of daarmede gelijk te stellen bedrijven binnen haar gebied worden gevraagd, en verstrekt aan het publiek de door haar in verband daarmede nuttig geachte wenken; ' b. is overeenkomstig artikel 27 bevoegd tot het doen van klacht bij den duurteraad tegen een in den kleinhandel of daarmede gelijk te stellen bedrijf binnen haar gebied bedongen of in rekening gebrachten prijs;

c. brengt gegevens, welke voor de taak van den centralen duurteraad of den duurteraad van beteekenis kunnen zijn, ter kennis van die colleges;

d. vestigt de aandacht van Burgemeester en Wethouders en van den centralen duurteraad op maatregelen, die naar haar oordeel zijn te nemen tot bestrijding der duurte;

e. dient Burgemeester en Wethouders, den centralen duurteraad en den duurteraad desgevraagd van bericht en raad in alle zaken de bestrijding der duurte betreffende.

Artikel 39.

De leden der duurtecommissie worden door Burgemeester en Wethouders benoemd en ontslagen. Is de commissie voor meer gemeenten ingesteld, dan geschieden de benoeming en het ontslag door Burgemeester en Wethouders dier gemeenten in onderling overleg.

Ontslag anders dan op verzoek van den betrokken persoon behoeft de goedkeuring van Gedeputeerde Staten.

Artikel 40.

De kosten der duurtecommissie komen ten laste van de gemeente of de gemeenten, waarvoor zij is ingesteld.

Is de commissie voor meer gemeenten ingesteld, dan draagt elk dier gemeenten tot de kosten bij naar evenredigheid van het cijfer der bevolking.

Sluiten