Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING

kunst moet van zijn christen-zijn getuigenis afleggen.

De kunst, ons door onze christelijke dichters en dichteressen geschonken is mitsdien christelijke kunst. Die christelijke kunst nu moeten we kennen.

Wij, met onze scherpe en vaak onbillijke kritiek op de '80-ers, deden beter, eerst maar eens naar onszelf i te zien.

Waar is onze christelijke kunst?

Gelukkig, zij is er; ze kwam tot nieuw leven, ze bloeit op in schoonheid.

Maar zoovelen doen nog, alsof zij er niet was. Zij ij houden zich maar bij de christelijke versjes van jaren her, die wel goed bedoeld waren, maar die toch met kunst menigmaal niets hadden uit te staan.

Neen, wij minachten niet het werk van hen, die eens, vroeger, waarlijk dichter waren, maar ook hun n werk wordt onder ons bijna niet genoemd. Men heeft liever een christelijk verhaaltje op rijm.

En ook op het werk van onze christelijke dichters van weleer staren we ons niet blind. Wij willen vooruit ; wij willen ook rekening gehouden zien met den tijd; wij willen in de nieuwe lente een nieuw geluid hooren.

Wij mogen niet langer achteraan komen, we moeten f voorop.

Ja, wij moeten voorop!

Waarom ?

Sluiten