Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MOED

O, laat mij gaan, waar gindsche duinen rusten, waar koele westewind nauw ademhaalt en matte herfstzon zilvertintig straalt en vrede murmelt aan de kalme kusten!

Hoe laaft mijn lijf, o eeuwig onbewusten, zich aan den wind, die van uw kruinen daalt, en vallend loover lispelt en herhaalt, dat eenmaal rusten mag, die nooit mocht rusten.

Want achter al mijn kwijnen en mijn klagen trilt in mijn hart nu hoog, dan somber diep, maar steeds, i— een toon van nimmermeer versagen!

Omdat mijn Heiland bij mijn naam mij riep en heeft gezegd, dat ook voor mij zal dagen het leven, dat Hij in zijn sterven schiep.

(Van Hollands Kusten. Uitgave P. N. v. Kampen en Zoon, Amsterdam).

Sluiten