Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IK BEN EEN KONINGSZOON

Ik ben een Koningszoon in slavenkleed. Ik buk naar de aarde in lang en moeizaam trachten. Ik hijg naar d'avond, d'avond laat zich wachten, en kreunend buk ik en de zon brandt heet.

Maar langer duren de doorwaakte nachten. Dan schrei ik uit mijn grievend zieleleed: Dit al is 't loon, voor al wat ik misdeed. Op zware zonde is zware straf te wachten.

En denk ik aan mijn Vader en Zijn woning, ziende op mijn slavenkleed, dan schaam ik mij, buigend in ootmoed 't schuldig hoofd te gronde.

Maar 'k bén een Koningszoon; mijn eerkleedij ligt reeds gereed in 't lusthof van den Koning. Hij neemt eens van mij 't slavenkleed der zonde.

(Stemmen de» Tifdl, Maart 1917).

Sluiten