Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VADER

En in mijn doove suizende ooren Klinkt nog zijn laatste roep en lach.... Bij 't bochtig pad ging hij verloren, En ik stond, eenzaam, in den dag.

En iedren dag richt ik mijn schreden. Tot daar, mijn zoon ten wellekom. Vergeefs, en traag naar huis getreden, Zie ik bij iedre kromming om.

En 't jaar wordt jong, en 't jaar wordt ouder, Mijn haard staat laai, mijn huis is licht, 'k Smacht hopeloos: aan mijnen schouder, Nog eens zijn jeugdig aangezicht.

Vergeefs.... en toch, in al mijn droomen. Zie ik, ontzet, dien ik bemin. Onrein van ziel en zinnen komen, En, aarzlend, gaan mijn woning in.

(Groot-Nederland. Augustus 1916).

Sluiten