Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERSAILLES

Nu dwalen langs de paden, door de lanen.

Om menig klaar bassijn. Waar ge aan den drietand van Neptuun mocht wanen

Hem vorst te zijn, En, droomend, gaand, niet tellende de schreden.

Door onverschilge liên. Daar plots 't paleis, ter helling op, zich breeden

En blinken zien.

Hoe schoon, maar toch — kondt gij niets meer bewaren,

Versailles, van 't gerucht, De kleur, het leven van voorbije jaren

Geen woord, geen zucht? Mij dunkt, ik hoor rondom uw groene perken

Den klank van een menuet, Een lief gezicht zie 'k wijken, komen, sterken,

Dan duistert het;

Waar vele takken hangen tot een donker

En scheemren tot priëel Zoekt haastge tred van een verliefden jonker

't Beloofde deel — Ruischt hier geen sleep, vernaamt ge 't zachte roepen?

Daar, koningsvlag in top, Een boot — nog een.... wie trêen uit kleurge sloepen

De treeplank op?

Sluiten