Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kenners, de Goncourt uit, — „wellust, dat is het woord der achttiende eeuw, dat is ü]n geheim, zijne bekoring, zijn 2te41 De wellust is zijn atmospheer en rijn ademtocht, zijn beginsel en rijn bezieling, zijn leven en zijn levenskunst*'. Die wellust sprak zich uit fn de kleeding der vrouw, deed haat het haar poederen, waaronder het gezichtje als uit een wolk te voorschijn kwam, en bracht op het gelaat den kunstmatigen vlam der schmink. De armen der dames waren omgeven met zwierig kunstwerk, en het décolleté bleef niet beperkt tot de avondpartij, maar was in de mode op elk uur van den dag en op elke plaats van de stad.

Van deze opzettelijk gekweekte en den vrijen zwier gelaten sensualiteit, waarvan de Fransche vrouw der achttiende eeuw in hare uiterlijke verschijning het levend beeld vertoont, vindt zij de weerkaatsing overal in de wereld om haar heen. In hare vertrekken vindt zij overal kristallen spiegels, die haar het eigen schoone zelf bijna opdringen, in de meubelen en kamerversieringen vindt zij amoureuze voorstellingen gebeeldhouwd en uitgéteekend, de sofa's, de rijtuigen, waarin ze haar leven doorbrengt dwingen tot langoureuze houdingen, die de schoonheid der lichaamsgestalte doen uitkomen. Deze eeuw is schaamteloos, zij stort zich zonder eenige matiging in genot en weelde, zij vertoont ons het karakter van een roekelooze en matelooze uitbundigheid, die het kenmerk is van alle perioden die aan maatschappelijke katastrophes, aan revoluties en oorlogen voorafgaan.

Moet ons moreel besef hier laken? Moeten wij een veroordeeling uitspreken over eene samenleving die zich zoo willens en wetens in het verderf stort? Ik geloof dat de Fransche maatschappij der achttiende eeuw, ondanks de schittering van haar levensgewoonten en vernuften, ondanks den rijkdom en de beteekenis harer literatuur, die aan de wereld Rousseau, Voltaire en Diderot geschonken heeft, nimmer het sociaal ideaal kan vormen van gezonddenkende menschen. Maar één feit dwingt erkenning en bewondering af. Dat deze maatschappij groot geweest is in haar genotzucht, dat- ze zondigde met open vizier, dat ze voornaam geweest is in hare uitspatting en dat ze, onder het masker van haar schitterende exuberantie, in stilte het leed, den onvrede, den

Sluiten