Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij haar zeldzame gaven kon ten toon spreiden, haar wel' sprekendheid, haar vermogen het hart van allerlei quaesties te onderscheiden, haar snelle soluties, haar strategische bekwaamheid, haar kennis zonder studie. Hier konden de vrouwen optreden als raadgeefsters en de kern toonèn van haar intelligentie: haar practischen zin. Want als men tot den bodem komt van den geest der Fransche vrouw uit de achttiende eeuw, dan vindt men daar een koele nuchterheid, leert men een geest kennen die niet verwarmt, maar wel verlicht.

Een sprekend voorbeeld van de levenskennis der Fransche vrouw uit die dagen geeft het volgend verhaal.

Een pas beginnend schrijver had een tooneelstuk samengesteld. Hij won het oordeel in van een der vooraanstaande salonnières. „Op Uw leeftijd", zeide de dame, na de lectuur, „kan men goede verzen schrijven, maar geen goede comedie, want dat is niet. alleen een zaak van talent, maar ook van ervaring. Ge hebt het theater bestudeerd, maar, — gelukkig voor U — zijt ge nog niet in de gelegenheid geweest de wéreld te bestudeeren. Men kan geen portretten maken zonder modellen. Begeef U in het gezelschapsleven. De gewone mensch ziet daar niets dan aangezichten, de man van talent onderscheidt en ontleedt de physionomieën." Iets later vraagt zij hem: „weet ge wat de meest markante trek is in de hedendaagsche zeden?" „Galanterie" antwoord het groentje. „Neen, ijdelheid, geeft hem de rijpe vrouw ten antwoord. Daarom moet ge onze zeden bestudeeren als ge een theater comique wilt beschrijven."

Zoo worden de vrouwen de raadgeefsters van al wat intelligent is, van al wat naar voren wil en niet naar voren komt, dan met haar steun. Nooit heeft de vrouw de literatuur zoo uitzinnig liefgehad als in de Fransche achttiende eeuw. Zij leefde met de literatuur in familiaire gemeenschap, in dagelijksche intimiteit. Geen vrouw, of zij heeft een fond van literatuur in zich. Zij leeft in de boeken, zij houdt er zich aan op, en in hare correspondentie houdt zij zich bezig met de vraagstukken, waartoe de boeken aanleiding geven. Tegen wijsgeerige werken en geschiedkundige geschriften ziet zij daarbij geenszins op.— Deze letterkundige beschaving nu, wordt in niet geringe mate aangewakkerd door de gewoonten der Salons, waar men ver-

Sluiten