Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die vrijmoedig was en zich verzette tegen dwang. Haar gesprek was vooral bekoorlijk en schitterend, wanneer zij speelde met allerlei stellingen, zij was verliefd op paradoxen. Een vroolijke vrouw was zij, en eene vrouw die anderen graag vroolijk zag en op hun gemak. Zij wist de aandacht te trekken, en gaf aan den geest van anderen een bekoorlijken glimlach, zoodat allen haar zochten en een kleine hofhouding van jonge menschen deze vrouw van veertig jaren omringden, die op haar gelaat de schoonheid van eene twintigjarige had bewaard.

Naast de levenslustige, bekoorlijke Comtesse de Boufflers, werd in den Templè veel genegenheid betoond aan een liefdoend en liefuitziend jong vrouwtje, de Comtesse Amélie de Boufflers, haar schoondochter. Deze had in haar heele wezen zulk een air van blankheid, van zachtheid, van kinderlijkheid, dat zij, zooals de Goncourt het uitdrukt, „alles in zich had, wat een vrouw doet vergelijken bij een juweel. Maar die blankheid en zachtheid verborg heel wat verfijndheid, die naieviteit, dat ingénue doen van de jonge Comtesse de BoufHers, was een hef dekmanteltje voor geslepenheid en puntigheid, die uitkwam in ontstellende répartis. Dikwijls weerstreefde zij haar schoonmoeder op vinnige wijze, maar onmiddellijk maakte zij haar stekende wonden goed met een zoo meesterlijk gespeelde zachtzinnigheid, dat men zou gezegd hebben dat ze uit haar hart was gekomen, als men de geraffineerdheid van haar geest niet had gekend. Op zekeren dag was men bezig met een spel, dat in dien tijd zeer in de mode was, het spel der Booten. De voorstelling bij dat spel was deze, dat men in een boot zat met de twee menschen van wie men het meeste hield, dat dan verbeeld werd het opsteken van een storm, en men maar één van de twee kon redden. Men had dan de ondeugende gewoonte te vragen wie van de twee men redden wilde. Het geviel, dat de denkbeeldige boot werd bevolkt met hare moeder, die zij nauwelijks gekend had en met haar schoonmoeder. Amélie, voor het dilemma gesteld, wie ze redden wou, antwoordde zeer gevat: wel ik zou mijn Moeder redden, maar mijn schoonmoeder bijstaan in het uiterste gevaar, en met haar in de golven verdrinken."

Wij zijn, nu wij de Société van het Palais Royal en van den

Sluiten