Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIII.

De Salons van de Maréchale de Luxembourg en van Madame de Beauvau.

De maréchale de Luxembourg liet niets na, om haar salon te maken tot een centrum van intelligent leven. Maar de intelligentie ging in de eerste plaats uit van haar zelve. Zij was beslist in haar oordeel, hetzij zij dit hulde in strenge vormen, dan wel het een aanschijn gaf van bekoorlijkheid. Oorspronkelijk waren hare epigrammen, geniaal was haar smaak. Zij riep tot zich al wie levenslustig, wie belangstellend, wie literair ontwikkeld, wie „en vogue" was. La Harpe las in haar salon zijn Barmécides voor, Gentil Bernard zijn „Art d'aimer." En de politiek bleef bij haar niet achterwege, waar zij de Ministers, en zelfs de Koninklijke Familie zoodanig deed critiseeren, dat men haar een tijdlang verbood aan het hof te verschijnen.

In haar salon en onder hare leiding vormde zich de Fransche beschaving, die zoo trotsch was op zichzelve, die een zoo volkomen gracie, en élégance bezat, — en een sociaal leven deed ontstaan, dat aan het hoofd stond van Europa, als het voorbeeld van smaak en sierlijkheid. In haar milieu was de groote cultuurkracht van dien tijd waarneembaar, die den eenigen norm stelde in een wereld van zedelijke verwording, den norm, die door de Franschen werd betiteld met „la parfaitement bonne compagnie", dat wilde zeggen een samenleving van beide sexen, die zich van de burgerlijke en vulgaire gezelschappen onderscheidde door een gestyleerde, behaagzucht, door een voorname beminnelijkheid, door een volkomen savoir vivre. Men kon er prijzen zonder nadrukkelijk of vervelend te zijn, een lofspraak beantwoorden zonder haar te verwerpen of te aanvaarden, anderen tot hun recht laten komen, zonder den schijn aan te nemen dat men hen

Sluiten