Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

straten waren een schreeuwende hoon tegenover deze misère.

Daarenboven deed zich de materiëele druk van den oorlog aldoor meer gevoelen. Deze toestand van beklemming en ontbering zou — indien de oorlog bleef voortduren — nijpender worden. Waar moest het heen ? waar moest het thuis naar toe? Een onmogelijkheid, dat Mama zich schikken zou in het mindere, niet zoo luxueus zou leven, eenvoudiger gekleed gaan, niet om een haverklap naar den kapper loopen. Als een zich door weelde en comfort liet vertroetelen: was hét Mama.

Toen mijnheer van der Ven, die, nadat zij weduwe was geworden, haar financiën bestierde, had gewaarschuwd, dat de tering naar de nering moest gezet, daar het er treurig uitzag voor degenen, die van hun rente leefden, was dit met een ongeduldig „ja-ja" in den wind geslagen.

„Maar de toestand is werkelijk van ernstigen aard, mevrouw."

„Allons, mijnheer van der Ven, zoo'n vaart zal 't niet nemen ; binnenkort is 't vrede en merken we van den heelen oorlog immers niets meer ?" had Mama met haar kenmerkend Haagsch accent luchtigjes beweerd.

Natuurlijk, mijnheer van der Ven had zich niet gewonnen gegeven, gezegd, dat hij eerstens zoo spoedig geen vrede voorzag, dat ten tweede de oude, geregelde toestand voorloopig niet zou terugkeeren.

Met Bep had Mama gelachen over het „pessimismevan-die-mannen".

Sluiten