Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII.

OG twee grachten, hoe kóm ik er" ....

Clémence sleepte zich voort, kort hijgend, starend over den afstand, die nog viel af te leggen. Hoe kon het ineens zóó ere worden.

Als iemand langs ging, moest ze de oogen sluiten, omdat die beweging duizelig maakte. Het was, of ze zóó zou neerslaan. „Kom, flink zijn," dacht zij, zichzelf bemoedigend,

nog maar twee grachten Dan zou ze thuis zijn en

rusten, de oogen dicht, uitrusten.

Onder de les aan Wiesje Roling had ze telkens willen zeggen : „we zullen voor vandaag eindigen ," maar het was vervelend tegenover zoo'n kind weekhartig te bekennen, dat je je ziek voelde. Ze was voortgegaan, tot de kleine kinderstudies hadden gehamerd in haar hoofd en ze met laatste krachtsinspanning Wiesje's les had opgeschreven voor de volgende week. Het was niet meer te ontkomen : ze zou ziek worden. Het eenige wat ze op het oogenblik verlangde, was : neerliggen in een rustige kamer, naar niets luisteren, niet deriken, alleen maar rusten, rusten ....

Ze ging de stoep op, de leuning omklemmend, uit angst, dat ze vallen zou.

Sluiten