Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

droeg ze een gouden schakelketting, waaraan een groote briljant, welke vonkjes scheen uit te spatten.

„Hoe vind je Andrés laatste cadeau?" Bep liet den edelsteen wippen op haar hand.

„Bij welke gelegenheid heb je dat nu weer gekregen ?"

„Zóó-maar ; hij bracht het mee van Utrecht, in een dolle bui. Hij had zóó 'n verlangen naar me, dat hij iets heel bizonders wilde koopen."

Bep lachte triomfantelijk, voegde bij dat voorval nog andere uit de wittebroodsweken. Niet uitgepraat raakte ze over „Sunny Home," over de charmante kennissen, die ze gemaakt had in Laren en in Hilversum, over heel haar „zalig leventje."

Toen mevrouw Boogerd van de receptie terugkwam, voegde zij zich direct bij haar dochters. Genieten deed ze in Beps weeldeleven, teugje voor teugje, als een fijnproever van een geurigen wijn. Een dankbaarder en verblufter toehoordster was ze dan Clémence, zoodat Bep zich nu bijna uitsluitend richtte tot haar.

Clémence was het een uitkomst, haar gedachten niet meer zóó te moeten spannen. Het was, of die overdadige weelde tegen haar aandrukte.

Bijna schrok ze, toen Bep ineens vroeg : „Nu kom je zeker in Laren heelemaal opknappen ? de Gooische lucht zal uitstekend voor je zijn."

„Dokter Hesling zei wel, ik moest 'n tijd naar buiten."

7

Sluiten