Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nogal iets voor Mama ; die loopt met dergelijke dingen niet te koop, praat liever over modes en pikante nieuwtjes dan met mij te spreken over jouw geloof." „Vreemd, je eigen moeder" .... „Vreemd is 't zeker, en ellendig óók. Aan mi)' heeft t niet gelegen, dat de verhouding zoo is."

Het bracht Clémence in herinnering, hoe ze als klein kind reeds gehunkerd had naar wat meer belangstelling, hoe ze aan Maatje's schoot had staan bedelen : „toe, komt u me óók eens van school halen, andere kinderen worden zoo dikwijls gehaald ; u komt nooit." En dat zich altijd bezwaren hadden voorgedaan.

Met de jaren had ze den afstand tusschen Mama en haarzelf meer en pijnlijker overzien. Ze had getracht te berusten, niet jaloersch te zijn op meisjes, die spraken van Moeder vóór en na. Ze had zich vertrouwd gemaakt met het idee, dat Mama ongenaakbaar was en zou blijven. Vader had het ruimschoots vergoed.

Nu was er niets, dat het vergoedde

Zuster van Berkel schoof de portières dicht, vatte Clémence, die mismoedigd stond te kijken, bij den arm. „Niet tobben, hoor! Kom, neem eens makkelijk plaats. Of, heb je spijt hier te zijn beland, ben je erg anti ?" Ze vroeg het schalks, alsof het iets was, dat ze volstrekt niet verwachtte.

Clémence ging zitten: „welnee, wat voor reden zou 'k hebben anti te zijn ; je geloof heeft me nooit in den weg

Sluiten