Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vatting volkomen vrij liet. En ach, ik vond 't wel gemakkelijk." Qémence zag naar buiten, waar de schemer kwam vallen over daken en langs huizen. Vensters werden verlicht ; heldere oogen waren het, getuigend van andere menschen, met hun smart en hun vreugde, van allen verschillend en toch ook onderling zooveel op elkaar gelijkend."

„Ik verwonder me dikwijls," bekende Leny, haar arm steunend op het boekentafeltje „hoe zooveel menschen kunnen leven zonder geloof, öf met 'n geloof als waarop jij doelt, dat eigenlijk niets waard is ... . Ik geef toe, je hfebt je natuurlijke wilskracht, je weerstandsvermogen en werklust; daarmee kun je evenals met 't geloof soms „bergen verzetten." Het stemt blijmoedig en innerlijk geheel evenwichtig ; je zoudt anderen in je eigen rijkdom willen doen deelen. Maar de momenten blijven niet uit — je zult ze kennen evengoed als ik — dat die menschelijke kracht schijnt geweken, dat je om zoo te zeggen hulpeloos staat tegenover het harde leven. Wat doe je, als dan geen geloof opstuwt, en de overtuiging je vreemd is, dat we op een doorgangstocht zijn naar het eeuwig leven ?

,,'t Is zoo," gaf Qémence toe, „je staat dan ontzettend eenzaam ; alle kracht is in je dood Maar , of werkelijk het geloof daaraan veel verhelpen kan? Je treft dikwijls de opgewekste menschen onder absoluut ongeloovigen.

„Omdat die willen vroolijk zijn, omdat ze redeneeren,

Sluiten