Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat je het vergeten had. Enfin, we hebben toen met z'n drieën toch leuk zitten boomen.'

,,'k Heb van de week nog extra goed gestudeerd, vertelde Qémence met animo.

Ze speelden dien avond met buitengewone ambitie, Qémence en Paul.

De piano-kaarsen brandden, ook de kleine schemerlamp op het boekentafeltje.

Leny zat bij het raam, bladerde in een tijdschrift. Ze was moe en stiller dan gewoonlijk. Weinig werd gesproken, het een na het ander gespeeld. De muziek klonk warm, bijna hartstochtelijk. Bevend zongen de hooge viooltonen, in de diepte waren ze ernstig en klagend als van een cello. Het vuurde Qémence aan ; ze speelde met temperament. Het was, of deze opwinding haar zelfs hielp over de technische moeilijkheden, die met de studie niet geheel overwonnen waren. Een onbewuste bekoorlijkheid lag over haar, nu haar wangen meer blos kregen, haar oogen schitterden in het beweeg van den kaarsen-schijn. Ze zag er bekoorlijk uit, in de japon van soepele wijnroode zij, waarop geen andere garneering dan de kraag van tulen kant.

„Vermoeit het niet te veel?" vroeg Paul bezorgd, toen bij na Brahms de Beethoven-sonates weer opensloeg. „Ik denk niet aan vermoeienis," zei Qémence vurig,

'k zou uren zóó kunnen doorspelen. " „Wat n grootspraak f deed de verpleegster zich gelden.

Sluiten