Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t geluk te luiden, dan gaan de wijzers als rappe voeten."

„Toch vreemd," zei Clémence meer voor zichzelf dan

tegen hem, „dat er niets aan te verhelpen valt als

alle menschen meewerkten "

„Als alle menschen heiligen waren, hadden we hier een hemel." Hij zei het blijmoedig, alsof hij vrede kon nemen met de menschen, zoo ze waren, met heel het leven, zoo het was.

Clémence zag naar hem op. Eigenaardig, dat hij niets vreemds meer voor haar had, terwijl ze pas eenige maanden geleden voor het eerst van hem hoorde

Hij liep naast haar met beslisten stap, de ééne hand in de jaszak, de andere omvattend vioolkist en muziektasch. Zóó, met de jas, die los afhing van de schouders, maakte hij een meer flinken indruk. Toch was in zijn gezicht — het deden bepaald de zonnige oogen — iets kinderlijks. Je kon je voorstellen hoe hij moest hebben uitgezien als schooljongen. Wat een vergelijking : hij of de jongelui, die op bals en partijen met haar hadden geflirt, die ze nooit had kunnen vertrouwen. Hun begeerige blik om haar liefde, die ze ongerept wist, had ze niet geduld ; ze had ze kunnen hoonen om het gefleem, dat vandaag toevallig haar, morgen een ander trof Als hij zou zeggen

de lieve woorden door anderen aan haar verspild

Het was, of iets in haar jubelde !...

Ineens merkte ze, dat hij sprak, iets dat vragend eindigde. „Wat zei je ?" vroeg ze verward.

Sluiten