Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Paul!.... je broer ?" Clémence vroeg het dof, vergat

om haar vraag opgewekt te doen klinken.

Deze uitkomst had ze bedacht j gehóópt had ze op een andere gehoopt niettegenstaande de groote bezwaren Ze had zich beroepen op het gezegde van één der klassieken : „ieder mensch ontmoet ééns de hem verwante ziel; zullen ze elkander voorbijgaan, dan is voor beiden nooit meer het volmaakt geluk te vinden." Ze had zich voorgepraat, dat hij ten slotte voelen zou, dat ze in elkander het geluk zouden vinden, öf voorbijgaan, dat desnoods een vriendschap tusschen hen beiden kon ontstaan. Ze had er mee tevreden geweest. Voortaan zou elk wachten vergeefs zijn.

„Van de week " hernam Leny, kwam hij met 't nieuws uit de lucht vallen. Net iets voor Paul , „stille waters hebben diepe gronden." Enfin, 'k ben blij voor hem t kamerleven was op den duur niets gedaan, altijd afhankelijk van n hospita te zijn is trouwens heel vervelend."

„Hoe heet ze ?"

„Op de verlovingskaarten staat „Louise van der Voort •" op kostschool - ik ben daar gelijk met haar geweest hoorde ,e altudover „Wiesje van der Voort; Paul praat ook over Wiesje .... 't Is 'n hupsch, aardig ding, 'n jaar ot zeven wel jonger dan hij."

Clémence stelde zich voor : een jong, sterk, vroolijk meisje het contrast van haarzelf. Ze zag Paul's scherp behjnd profiel gebogen naar een blij gezichtje. Dit was

Sluiten