Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Clémence zooveel geestelijke minderheid tegenover zich wetend, voelde zich kalmer worden.

,,'k Heb toch gezegd, dat 't geen last zou veroorzaken ? Zelfs was mijn idee, u er geheel buiten te laten; de Pater echter, die mij onderricht, vond, dat 'k tegenover u verplicht was te spreken."

„Je léért dus al om Roomsch te worden ? !" Mevrouw Boogerd stoof op, herhaalde nog harder die vraag, vlak vóór Clémence.

„Blijft u toch kalm," suste zij ; „de meiden kunnen letterlijk alles verstaan."

„Mooi praten," beefde de stem van mevrouw Boogerd, „je Moeder er in halen, hé ? haar erkennen, als 't te laat is, als ze je eerst hebben gevangen! Daar heb je weer zoo'n streek zoo'n échten laffen Jezuïeten-streek!"

Ze liep naar het buffet, verschoof er nijdig de fruitschaal, die gewoon op haar plaats stond. Ze keerde zich om. Met vijandige oogen en een sterk meerderheidsgevoel, besloot zij zegevierend : „dit alleen wil ik je zeggen : blijf je bij je besluit — je weet, waar de voordeur is — dan kun je

vertrekken, èn voorgoed 't Is het laatste woord, dat

ik 'r aan verspil. Nu had ik graag, dat je naar boven ging."

Clémence nam handwerk en naaimandje, ging, futloos, door den laatsten striemenden slag. „Dat Mama zóó ver kon gaan ....

Boven viel ze krachtloos op een stoel, te moe om zich

Sluiten