Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al de leerlingen passeerden de revue. Bij de deinende beweging van den ongemerkt voortjachtenden trein verviel je vanzelf tot droomen.

Aan het station Weesp, toen de trein met een bots stilstond en de portieren waren opengeklept, stapte een dame in, voyant gekleed, in 't paars met bruine bontranden. Op een grooten lila-fluweelen hoed pluimde een kostbare witte aigrette.

„Juffrouw Boogerd, u hier?" Toen Clémence dit op stqf-nuffige manier hoorde zeggen, wist ze ineens haar thuis te brengen : mevrouw van Delft, uit Laren ; bij Bep ontmoet, op afternoon-tea.

„Hoe gaat *t? in lang u niet gezien." Mevrouw van Delft ging zitten op de plaats, die tegenover Qémence vrij kwam. „Sinds maanden bent u niet in Laren geweest; *t is nu voorbij, de herfst was er anders óók mooi.

„Dat geloof *k," bevestigde Clémence, en blij, dat de gelegenheid zich voordeed om naar Bep te informeeren, vroeg ze : „Bent u soms binnenkort op „Sunny Home geweest ?

Het zich gemakkelijk makend, vertelde mevrouw van Delft: „Laat eens kijken, *t zal drie weken geleden zijn ; allicht hebt u latere berichten 't Is me toch 'n toestand, hé ?" Dit laatste voegde zij er half-fluisterend aan toe, daarbij zóó schuddend met het hoofd, dat de aigrette heftig bibberde.

„Toestand?" Qémence zette groote oogen op.

Sluiten