Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had van rouwmoedigen broer — asjeblieft niet — maar hij, evengoed als Mama, had haar zonder 'n woord van overreding uit huis laten gaan ; het lag voor de hand, wilde hij haar bezoeken, dat hij 'n-toontje-Iager zou zingen.

Hij liep rond, handen op den rug, bekeek aandachtig een stilleven. „Het was 't jog van óver ons, dat naar beneden ging, nietwaar?" vroeg hij, zonder zich om te keeren.

„Johnnie Swildens," bevestigde Clémence kortaf. Of de kamer een museum-zaaltje was, bleef hij rondgaan.

Op zoo'n studentikooze visite was zij volstrekt niet gesteld. Toen ze zijn kritischen blik gaan zag naar het beeld op den schoorsteen, waarover ze geen spotwoord verwachtte, allerminst van Jos, vroeg ze : „Zou je niet gaan zitten ? ' Ze schoof een makkelijken stoel met den rug naar den schoorsteen. „Als je 'n sigaret wilt opsteken — van je eigen, hoor, want ik bezit ze niet — ga je gang." Ze kende Jos' zwak.

„Als de lucht niet hindert?" Hij trok een koker uit zijn binnenzak, ging zitten, rolde een sigaret tusschen duim en wijsvinger, stak er de vlam in, en vroeg, den afgebranden lucifer in de hand : „Heb je iets, waarop ik dit kan deponeeren ?"

Clémence schoof het gebloemde bakje toe, waarop soms bijouterieën lagen.

Sluiten