Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„We hooren naar onzen stand gekleed te gaan, en, als je in nette kringen verkeert, moet je de lui wederkeerig netjes ontvangen." Jos trommelde met zijn vingers op de stoelleuning.

„Zie je," zei Clémence kregel, „dat is jullie fort : de menschen moeten een hoogen dunk van ons hebben, ons vooral beschouwen als chieke, gefortuneerde lui. Je ziet de gevolgen van jullie systeem, 't Is een schande

voor jou, evengoed als voor Mama. En waarom

eigenlijk kom je mijn hulp vragen, waarom ga je niet naar André ? die weet met z'n geld geen raad."

Jos lachte. „We zullen 'n van Zuylenhoven Lentsveld aan z'n neus hangen, dat we in dë rats zitten over de huur!"

Zij — Clémence — was er goed genoeg voor, zij aan wie zoo meedoogenloos het huis was ontzegd. Hoe durfde eigenlijk Jos er om te komen, wat 'n oppervlakkig type

toch En wat heftige bekoring, om bot-weg te weigeren,

wat een triomf ! Het geld lag er, meer dan waarom gevraagd werd ; het honorarium van de lessen was een enkel keer pas aangesproken . Gespaard had ze om mettertijd zoo'n heerlijken Pleyel te koopen als bij mijnheer Marchand.

„Kom," trachtte Jos te overreden ; „strijk je hand maar over je hart ; ik zal m'n best doen, dat je met verloop van tijd 't geld terugkrijgt, ofschoon, er voor instaan kan ik m de gegeven omstandigheden natuurlijk niet."

De eenvoudiger toon trof Clémence. Van één kant aardig voor zijn Moeder op te komen

17

Sluiten