Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze den top gaan over het donzen kopje, waaruit de kraaloogjes haar toeknipperden. „Mooi zoo, Piet, nu 'n stukje biskwie? en dan maar mooi zingen weer. In dien trant ging 't, wanneer ze thuiskwam. Pianospel of studie werd meestal ingeleid met Piet „een kleinen levenmaker" te noemen, en het tafelkleedje over zijn kooi te hangen.

Het was prettig alleen het weten, dat iets op haar wachtte, wat zonder haar zorg zou sterven.

Toch, in het algemeen, nam ze vrede met het alleen-zijn, vulde het geloof de uiterlijke leegheid van haar leven aan ; zij vergeleek de rustige kracht, in haar geboren, met het veilig gevoel, dat een koningskind moet hebben, levend in een ouden, sterken burcht. Zij verdiepte zich wel eens, hoe Mama zou oordeelen over haar afwezigheid, of ze er in berustte, het een uitkomst vond, öf wel haar berouwvol terugverwachtte. Terugkomen wilde ze, zoo spoedig naar haar komst werd uitgezien, maar berouwtoonen, dat nóóit! Het eenige verwijt, dat zij zichzelf soms maakte, was, dat ze niét met zachte, overredende woorden Mama had trachten te winnen voor haar plannen, dat ze bruusk en heftig haar geloof, dat toch een geloof van liefde was, had verdedigd. Spijt echter dat öm dat geloof alle familie-banden verbroken waren, daarvan had ze het bestaan nooit gevoeld.

Pater van der Hoeven bleef, zonder verflauwing van ijver, haar onderrichten .Ze leerde hem waardeeren als

Sluiten