Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

digheid steeg hooger, zóó hoog, dat in naam van God hij de zwaarste schulden kon vergeven, en, op het woord van zijn lippen, God-zelf neerdaalde te midden der Zijnen.

Clémence had er met Leny over gesproken, eerst over Pater van der Hoeven in het bizonder, bekennend, dat in vergelijking met de zware offers, die hij zich had getroost, het hare werkelijk onbeduidend was ; toen over de priesters in het-algemeen.

Leny had gezegd : „als Katholiek hoeft men zich nooit volkomen eenzaam te voelen ; altijd blijft ons de priester. Men mag den een sympathiek vinden, den ander minder, zelfs onsympathiek, maar een te wijzen, wien men niet met gerust hart zijn vertrouwen kan schenken, die niet bereid is tot helpen, durf ik een onmogelijkheid noemen. Het zou volkomen in strijd zijn met hun roeping.

Dit en het leeren kennen der nog veel grootere schoonheden van het Katholicisme, maakten, dat Clémence op dezen tijd van uiterlijke vereenzaming later terug zag als op een periode van geluk.

Ze bleef geregeld naar concerten gaan ; in deze tevreden stemming was het, of de muziek haar meer nog overweldigde dan vroeger. Soms, als een werk haar sterk ontroerde, zij onder een stroom van klankenweelde moest denken aan Paul — geluk zoekt altijd verpersoonlijking — wist ze : „het is beter, dat zijn liefde me wordt onthouden.

Sluiten