Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grenzen de gansche menschheid omvatten. Een „bond" zonder „tegenbond", zonder weerstrevend contrast, een unicum in de totaliteit is alreeds een ondenkbaarheid. Het essentieele, het categorische onderscheid tusschen het meest uitgebreide groepsgevoel en den geringsten graad van altruïsme hebben we bovendien elders uitvoerig uiteengezet. *)

Doch thans naderen we een gewichtig punt. Door een onuitroeibaar misverstand — overigens weer noodwendig, naar we hopen aan te toonen, doch niettemin een misverstand — waaraan zelfs scherpzinnige denkers als de groote Hegel niet zijn ontkomen, werd en wordt nog steeds die Uniformiteit, de Eenvormigheid (als Staat of zichtbare gemeenschap) ten onrechte met den naam Eenheid genoemd en op die wijze voorgesteld als afspiegeling van de zoogeheeten „goddelijke" Eenheid. Het nastreven van die pseudoeenheid wordt in verband daarmee aangemoedigd, geïdealiseerd en verkeerdelijk aan het Eenheids-gevoel toegeschreven. De collectiviteit wordt voorgesteld — als Staat, Kerk of Organisatie — als datgene, waarin de mensch zou kunnen en moeten opgaan als het hoogst-denkbare, als de aardsche verwerkelijking van „De Eenheid". Het zich aan de uniformiteit vergrijpende individu werd en wordt nog steeds veroordeeld als een aanschenner van de Eenheid, in tijden en plaatsen van collectieve exaltatie bijkans als een heiligschenner. En toch:

Uniformiteit is geen Eenheid en kan geen Éénheid zijn, want de Eenheid is in verscheidenheid. D,e Eenheid kan niet begrepen en niet gezien worden, dan juist uitsluitend in de verscheidenheid. Zij i s de verscheidenheid. De Eenheid laat zich als zoodanig niet aanzien; wat zich dus wel als een Eenheid laat aanzien, kan daarom alreeds niet zijn

*) „Patriottisme en Menschenliefde." Een brochure.

Sluiten