Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kent allicht èn in „Satan" èn in den „Verrader" de trekken van zijn eigen wezen, zoo niet onmiddellijk die van zijn eigen persoonlijkheid. Van dien aard was en is het succes van het Christelijke duivelsdrama, en om die reden zijn dan Milton en Klopstock, ondanks alle (half-nationalistische) pogingen van „litteraire fijnproevers", niet te redden voor hen die ten eeuwigen dage „Hamlet" en „Faust" zullen lezen.

Doch diezelfde afgrijselijke duivel — want zelfs geen lichamelijke schoonheid, als Milton zijn Satan toebedeelde, mag in bet hart van den Middeleeuwschen toeschouwer een glimp van sympathie ontsteken! — dat monster in beestenvellen, sluw en slecht, kan door den onwetenden boer, door den nederigen poorter overwonnen en verslagen worden — niet echter door zijn eigen kracht, uit zijn eigen deugd, maar door het teeken des Kruises, dat wil zeggen: het symbool van de Kerk, van de collectiviteit, het symbool van de Autoriteit. Daardoor en daarvoor alleen, maar daarvoor ook altijd, wijkt elke demon terug — maar persoonlijk is geen mensch tegen hem opgewassen.

Wie eenigszins nader met den geest dier Middeleeuwsche spelen bekend is, ziet zeer duidelijk en onmiskenbaar de tendentie, om bet natuurlijk menschelijk oordeel (onderscheidingsvermogen, dat critisch vermogen is!) in di%crediet te brengen. De duivel immers is niet alleen kwaadaardig, maar ook slim, vol van het listigst overleg, waarin de toeschouwer hem niettemin altijd opnieuw, door den minsten wenk van een onnoozelen heilige, ziet falen. Zoo wordt in des duivels list tegelijk het menschelijk overleg en het persoonlijk oordeel als onvoldoende en ontoereikend gedemonstreerd en de moraal is dan altijd weer: verlaat u niet op u-zelf, niet op uw deugd, ook niet op uw oordeel, niet op uw kracht, maar op den priester en op de kerk en

Sluiten