Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noemt of als zoodanig onderkent. Daarom konden dwang noch overreding baten, waren en bleven de hoogescholen „kweekplaatsen van verzet" en moest de Julirevolutie van 1830 onvermijdelijk den onvoltooiden arbeid van die van 1789 komen voltooien. De eene Intelligentie produceert zich in „eerlijke overtuigingen" en dan ook in de meest absurde dingen, in een grenzeloos zelfvertrouwen en dan ook bij de minst-beteekenende lieden alleen zoolang dat blinde geloof, die blinde zelfoverschattkig noodig zijn als de grondslagen van het zelfconservatisme.

Het op zich zelf eerlijke zelfvertrouwen der autoriteiten voedt zich echter wel krachtig aan hun ijdelheid, daar in de maatschappij het zijn van „autoriteit" een zeldzame en dus precieuse onderscheiding beteekent, ook bier vallen dus „ideaal" en „belang" tezamen, als steeds in de collectiviteit, zoodat ze zich ten slotte hoe langer hoe leerstelliger en oraculeuzer gaan uitdrukken en het vermogen om hen in hunne ingewikkeldheden te volgen en deze te beamen, op zichzelf alweer een bewijs van hoogere geestesgesteldheid, een maatschappelijke distinctie wordt. Zoo wordt als het ware een legerschare van aanhangers gekweekt, wier roem met die der autoriteiten staat of valt en die dus de autoriteiten-tronen schragen, en alles werkt zoo lang .het noodig is, tezamen op het eene doel: versterking van de organisaties, waarin het Leven om het zoo uit te drukken op krachten komt, na den vernielenden en verwoestenden Eenheidsdrang en waarin de Eenheid zichzelf ontvliedt om zichzelf en het noodlottig heimwee naar eigen volmaking te vergeten.

Waar het autoriteitengeloof als instinct krachtig aanwezig is, daar ziet men dan ook een voor het onbevangen oordeel ongelooflijke en ongerijmde algemeene suggestie uitgaan van de onnoozelste professorale uiting. Zoo ziet men in Duitschland voortdurend de professoren (meestentijds en

Sluiten