Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenover zwakkelijke, Middeleeuwsche, maatschappelijke zelfverheerlijking, individualistische zelfkennis, na maatschappelijke zelfmisleiding. De bedrieger Uilenspiegel weet precies wat hij waard is, de bedriegende monniken zullen altijd met sophistieken praat en sophistieke penitentie anderen in de verdoemenis, zichzelf in het reine en zelfs in den hemel weten te praten.

Zóó gezien wordt „Het Recht van den Sterkste" ook waarlijk het recht van den sterkste, zoo is het duldbaar, redelijk en bewonderenswaardig. Niet de gepantserde en huichelende zwakkeling is de „sterkste", niet hij die het meeste geld en troepen achter zich heeft en in zich den waan van zijn „goddelijke roeping", die met de fictie van zijn nobele doeleinden op de lippen steden plat brandt, maar de sterkste is hij, die „onder zijn eigen beheersching staat", met dien verstande dat hij zichzelven kent, aanvaardt en zonder illusies, zonder leugens, zonder aanroeping van een barbaarschen Volksgod, zijn doeleinden nastreeft en zijn daden op zich neemt: Lorenzo de Medicis. Ook voor deze sterken geldt het: waarachtig is waar en eerlijk is zedelijk. Doch hoevelen zijn er niet onder de Machtaanbiddende gepantserde marionetten, die zich „Uebermensch" wanen — een woord dat Nietzsche nimmer in het meervoud gebruikt, wetend den waren Uebermensch eenzaam boven allen en tegen allen, met als ergst en vijand dén Staat II — en hoe zeldzaam weinig zijn daarentegen degenen, die werkelijk zichzelf zonder moreele frasen geweldenaar erkennen, en dan nog geweldenaar blijven kunnen en durven. Verreweg de meesten worden door zelfinzicht van wat ze dan als misdaad gevoelen afgehouden en aldus onschadelijk gemaakt, en de heel enkelen, heel sterken, die „slecht" willen zijn, weten te zijn en kunnen zijn, ontleenen daaraan hun recht. „Elks Recht gaat, zoover zijn Macht gaat" leert immers ook Spinoza. Maar de ware

Prometheus. IS

Sluiten